Sig biedt ondersteuning aan onderzoeksprojecten. Thema’s van onderzoek variëren van leerstoornissen, autisme en ADHD tot DCD, maar omvatten ook het ontwikkelen van onderzoeksmateriaal.
De projecten kaderen in een samenwerking met verschillende universiteiten en hogescholen: UGent, KU Leuven, VUB, University of Central Florida, Arteveldehogeschool Gent, HoGent, Thomas More, Artesis Plantijn, Vives en Howest.
Alle onderzoeksprojecten kaderen in de samenwerkingsovereenkomst van de wetenschappelijke werking van Sig met de Federatie van Centra voor Ambulante Revalidatie vzw.

Hieronder wordt per onderzoeksproject de stand van zaken weergegeven.
De verschillende onderzoeksprojecten leidden in de loop van 2024 tot deze wetenschappelijke bijdragen (artikels, postersessies, enz.).
>> Afgeronde projecten en onderzoeken
Dit project bestaat uit verschillende deelstudies:
Interventie: De voorbije jaren liep een onderzoek naar de haalbaarheid en werkzaamheid van het ouderprogramma ImPACT in de Vlaamse thuisbegeleidingsdiensten voor autisme. Uit de voorlopige resultaten bleek dat kinderen die ImPACT kregen gemiddeld wat meer vooruitgang maakten op het vlak van sociaalcommunicatieve vaardigheden dan de kinderen waarbij de gewone thuisbegeleiding werd toegepast. Er waren echter ook grote individuele verschillen, waarbij een deel van de kinderen in beide groepen veel vooruitgang boekte, terwijl dit bij andere kinderen niet of veel minder het geval was. De resultaten worden verder verwerkt. In 2026 zetten we ook het project verder bij jonge kinderen zonder diagnose, maar met een verhoogde kans op autisme (omdat ze een oudere broer of zus met de diagnose hebben of omdat ze extreem vroeggeboren zijn). In dit project wordt aan ouders van deze kinderen een kortere, gewijzigde versie van het ouderprogramma aangeboden.
OPROEP: Voor dit project zoeken we nog heel wat broertjes en zusjes van kinderen met autisme of vroeggeboren kinderen (<30 weken zwangerschapsduur), die jonger dan 18 maanden zijn. Meer info over het project vind je op de website www.impactstudie.ugent.be. Ken je kinderen die mogelijk in aanmerking komen voor de studie? Download dan hier de flyer, of vraag flyers of posters aan via sapiens.impact@ugent.be.
ALPAKA: de thuis-leeromgeving bij kinderen met autisme: Dit project wordt hieronder verder beschreven
BELAS: In 2023 startte een grootschalige, nationale studie naar voorspellers van de taalontwikkeling bij kinderen met autisme: BeLAS (BElgian Language in Autism Study). Binnen deze studie, een samenwerking tussen de UGent, de KU Leuven en de ULB, onderzoeken we of er naast ‘interactieve’ voorspellers van taal (zoals imitatie en gedeelde aandacht) ook ‘niet-interactieve’ voorspellers zijn (zoals statistisch leren). We hebben hierbij bijzondere aandacht voor de unieke taalontwikkeling die kinderen met autisme soms vertonen (zoals een taal spreken die ze thuis niet horen, maar bv. wel in een televisieprogramma). Met een LabMobiel (een bestelwagen omgebouwd tot onderzoeksruimte) testen we kinderen bij hen thuis of op een plaats in de buurt. Op die manier hoopten we de drempel tot deelname te verlagen. In 2024 hebben we de rekrutering afgerond voor deze studie. In totaal nemen 210 kinderen met autisme van 2 tot en met 5 jaar deel, verspreid over het hele land. Deze kinderen worden gedurende 2 jaar opgevolgd worden. We merken dat de belasting voor gezinnen minder zwaar is doordat we aan huis gaan en lijken een meer diverse steekproef te hebben in BeLAS in vergelijking met voorgaand onderzoek. In 2025-2026 worden de deelnemende gezinnen een laatste keer bezocht.
Voor meer info zie https://www.belas/ulb.be/nl of mail naar belas@ugent.be - nieuwsbrief stand van zaken oktober 2025
Opvolging van baby’s met een verhoogde kans op autisme: De afgelopen jaren liepen twee grote studies die baby’s met een verhoogde kans op autisme opvolgden op de leeftijd van 5, 10, 14, 24 en 36 maanden (Babystudie UGent en TIARA UGent - KU Leuven). In beide studies werd een uitgebreid protocol afgenomen, dat onder andere peilt naar taal, motoriek, gedrag, cognitie, sociale informatieverwerking, neurofysiologie, neurometabole en genetische factoren. Een subgroep van deze kinderen wordt/werd ook verder opgevolgd doorheen de kindertijd. Op basis van de verzamelde gegevens werden al een aantal artikels gepubliceerd, verdere artikels zijn in voorbereiding. Meer info en resultaten van de TIARA-studie vindt u hier.
Hersenontwikkeling en gedrag bij kleuters met autisme: In 2019 startte de PIP-studie op. PIP staat voor ‘the Pre-School Brain Imaging and Behaviour Project’, en heeft als doel om biomarkers of andere factoren te identificeren die mogelijk kunnen voorspellen hoe kleuters met verschillende ontwikkelingsstoornissen zich de komende jaren zullen ontwikkelen, of ze bijkomende problemen zullen ontwikkelen, en welke kinderen eventueel baat kunnen hebben bij bepaalde interventies. De PIP-studie wordt gefinancierd vanuit de Aims-2-Trials en CANDY projecten. Binnen de PIP-studie worden kinderen over een periode van 3 jaar opgevolgd waarbij er o.a. een MRI scan wordt gedaan. In 2024 is de dataverzameling afgerond. Momenteel zijn de teams in verschillende deelnemende Europese landen bezig met het verwerken van de gegevens.
Meer info op https://www.facebook.com/PIP.UGent/ of via PIP@ugent.be
DANS: In het najaar 2022 startte de DANS-studie op, een samenwerking tussen UGent en HoGent. Deze studie heeft als doel om verschillende stereotiepe en repetitieve gedragingen zoals op de tenen lopen en rond de eigen as draaien automatisch te detecteren door middel van een slimme sok. In de eerste fase van het DANS-onderzoek hebben we een prototype van een slimme sok ontwikkeld die automatisch motorische bewegingen, zoals tenenlopen en rond de eigen as draaien, kan detecteren. Deze sok werd enthousiast ontvangen door zowel kinderen als hun ouders. Eind 2024 startte de tweede fase van het project waarbij we extra gegevens willen verzamelen binnen de (gesimuleerde) thuiscontext om de slimme sok verder te verbeteren. In 2025 namen 30 kinderen tussen 1,5 en 4 jaar met (een vermoeden van) autisme deel aan de studie in het gesimuleerde thuislab. In 2026 gaan we aan huis bij deze kinderen om extra data te verzamelen en zullen we ook enkele experten uit de klinische praktijk bevragen om de werking van de sok af te stemmen voor gebruik in de praktijk. Repetitieve motorische gedragingen, zoals tenen lopen en draaien rond de eigen as, behoren tot de vroegste kenmerken van autisme. Door deze gedragingen nauwkeurig te detecteren, kan een snellere diagnose en ondersteuning mogelijk worden gemaakt. De resultaten van dit onderzoek kunnen dus een belangrijke bijdrage leveren aan het herkennen van vroege autismekenmerken. We namen dit najaar ook deel aan de Dag van de wetenschap 2025: "De slimme sok: hoe technologie bijdraagt aan inzicht in autisme". Voor meer info of vragen kan je terecht op onze website of facebookpagina.
Dit project bestaat uit een aantal deelstudies, die gekaderd kunnen worden in het Opportunity Propensity-Model (OP-model). Dit model bundelt voorspellers van typisch en atypisch leren, en stelt dat leren afhangt van distale factoren (‘vaste’ kenmerken zoals geslacht, vroeggeboorte of SES), opportunities (kansen om te leren, onder meer in de thuis- en schoolomgeving) en propensity-factoren (kindkenmerken, zoals executieve functies en intelligentie).
ALPAKA: de Associatie tussen de Leeromgeving thuis en Pre-Academische vaardigheden bij Kleuters met Autisme. De leerervaringen die kinderen opdoen in de thuisomgeving (zoals samen boekjes lezen of bakken) spelen een grote rol bij het ontwikkelen van pre-academische vaardigheden (zoals letterkennis en het begrip van hoeveelheden). Hoewel kinderen met autisme een zeer variabel beeld tonen op vlak van lezen, rekenen en spellen in de lagere school (waarbij sommige kinderen leerproblemen of een leerstoornis hebben, en anderen het niveau van hun klasgenootjes ver overstijgen), weten we zeer weinig over de leeromgeving thuis, en hoe die de schoolse vaardigheden kan voorspellen. Om dit te onderzoeken, startte in 2024 het ALPAKA-project. Als eerste verkennende stappen werden een vragenlijststudie uitgevoerd en een systematische literatuurstudie gepubliceerd. Hieruit bleek dat er wel verschillen gevonden worden tussen de leeromgeving thuis van kleuters met en zonder autisme, maar dat het erg belangrijk is om verschillen in kindkenmerken hierin mee te nemen en dat er erg veel variatie bestaat binnen de groep met autisme. Begin 2026 startte een observationele studie om dit verder in kaart te brengen. Deze studie bestaat uit twee onderzoekmomenten (waarvan één op de Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen en één aan huis) waarin we de sociaal-communicatieve, talige, cognitieve en vroegschoolse vaardigheden van het kind in kaart brengen en observeren hoe ouder en kind samen spelen.
OPROEP: Voor onze observationele studie zijn we nog op zoek naar kleuters met en zonder autisme die geboren zijn in 2020 en 2021. U kan ons erg vooruithelpen door deze info te delen met ouders van kleuters binnen uw netwerk! Meer info over het project vind je op de website www.alpaka.ugent.be en vragen kunnen gesteld worden via e-mail naar alpaka@UGent.be. Onze flyers vindt u hier. Mocht u een poster kunnen ophangen in de wachtzaal, of u bent bereid om papieren flyers mee te geven met mogelijke participanten, geef dan aub een seintje op alpaka@UGent.be
CORAL: Co-development of Reading and Arithmetic Learning. In het najaar van 2024 startte een nieuw project, dat zich focust op gemeenschappelijke voorspellers van lezen en rekenen. Vlot lezen en rekenen is belangrijk voor de latere ontwikkeling van academische vaardigheden, maar is ook gerelateerd aan de latere levenskwaliteit. Kinderen verwerven deze vaardigheden al op jonge leeftijd, ruim vóór de start van het formele onderwijs. De ontwikkeling van lees- en rekenvaardigheid wordt consistent onafhankelijk van elkaar onderzocht. Toch zijn deze twee vaardigheden sterk met elkaar verbonden en komen lees- en rekenproblemen vaak samen voor. Er is echter weinig bekend over de gedeelde en unieke voorspellers van deze twee vaardigheden. Binnen dit project gaan we dus op zoek naar kenmerken of problemen in de kleutertijd die problemen met zowel rekenen als lezen/spellen voorspellen. In eerste instantie plannen we een systematisch literatuuronderzoek uit te voeren. In december 2025 werd een prospectieve longitudinale studie gestart, waarbij de lees- en rekenvaardigheden van kinderen opgevolgd worden in de derde kleuterklas, het eerste leerjaar en het tweede leerjaar. Ouders worden via een vragenlijst betrokken en bevraagd over de thuisleeromgeving van hun kind. Leerkrachten worden gevraagd een inschatting te geven hoe elk kind presteert op het gebied van taalvaardigheid, vroege geletterdheid en vroege rekenvaardigheid. Tot slot wordt een retrospectieve studie gepland, in samenwerking met Radboud Universiteit, waarbij de overlap tussen lezen en rekenen in kaart wordt gebracht bij kinderen die uitvielen in het tweede leerjaar.
Meer info over het project vind je op de website www.coral.ugent.be of via fien.callebaut@ugent.be
TULIP: Towards Understanding Learning in Preterms. In 2022 startte een nieuwe studie naar voorspellers van leren (en leermoeilijkheden) bij vroeggeboren kinderen. Voorspellers van leren werden in kaart gebracht toen de kinderen in de derde kleuterklas zaten, de reken-, lees- en spellingsvaardigheden van de kinderen werden onderzocht op het einde van het eerste leerjaar. De dataverzameling werd in 2025 afgerond. Op dit moment worden resultaten geanalyseerd en publicaties voorbereid. Meer info via petra.warreyn@ugent.be
De rol van fonologische vaardigheden in het verband tussen lezen en rekenen. Lees- en rekenvaardigheid zijn sterk met elkaar verweven. Niet alleen merken we op dat kinderen die het goed doen op de ene vaardigheid, meestal ook sterk scoren op de andere, leerstoornissen dyslexie en dyscalculie komen ook opvallend vaak samen voor. Mogelijke voorspellers voor de associatie tussen deze schoolse vaardigheden zijn fonologische vaardigheden. Enkele masterproefstudenten doen hier in academiejaren 2025-2026 en 2026-2027 onderzoek naar, en er zal ook een nieuwe doctoraatsstudent dit onderwerp bekijken op niveau van de hersenen, dit vanaf najaar 2026.
Het verband tussen metacognitieve vaardigheden en rekenen en spellen bij kinderen met leerstoornissen. Metacognitieve vaardigheden zijn belangrijk in het kader van schoolse vaardigheden. Immers, hoe beter een kind inzicht heeft in het eigen kunnen en kennen, hoe beter het eigen gedrag gestuurd kan worden. Eerder onderzoek van Elien Bellon en Bert De Smedt van KU Leuven toonde deze associatie tussen metacognitieve vaardigheden en prestaties op reken- en spellingstests reeds aan bij leerlingen uit het derde leerjaar zonder leermoeilijkheden. In het kader van enkele masterproeven, zetten we een samenwerking op met deze Leuvense collega’s, en onderzoeken we in welke mate de rol van metacognitieve vaardigheden op academische skills ook standhoudt bij leerlingen mét leerproblemen. Dataverzameling staat gepland voor de lente van 2026.
Uit onderzoek blijkt dat sommige kleuters al problemen ondervinden bij het leren van (voorbereidende) rekenvaardigheden. In dit onderzoek willen we, via een persoonsgerichte benadering, de heterogeniteit binnen deze rekenproblemen onderzoeken en nagaan welke cognitieve factoren (bv. taal en werkgeheugen) en omgevingsfactoren (bv. SES) hiermee verband houden. Om dit te bestuderen zullen we kinderen die een verhoogd risico hebben om rekenproblemen te ontwikkelen, opvolgen van de 3e kleuterklas tot en met het 2e leerjaar. In het voorjaar van 2023 en 2024 hebben we een 150-tal kleuters met een risico op rekenproblemen gerekruteerd. Toen de kinderen in de 3e kleuterklas zaten, hebben we hun voorbereidende reken- en leesvaardigheden en cognitieve vaardigheden getest. Op dit moment verzamelen we gegevens van hun schoolse prestaties in het eerste en tweede leerjaar. De eerste resultaten van het onderzoek worden in de loop van 2026 verwacht.
Meer info? contacteer sara.peeters1@kuleuven.be of bert.desmedt@kuleuven.be
Een deel van de kinderen met een familiaal risico op dyscalculie ontwikkelt zelf later rekenproblemen. Tot op heden is het onduidelijk of de verschillen in hersenstructuur en -functie die bij kinderen met dyscalculie worden gevonden, al aanwezig zijn vóór de start van het formele rekenonderwijs, of pas ontstaan als gevolg van een moeilijk leerproces. Ook is het niet geweten of de hersenontwikkeling bij deze kinderen vertraagd verloopt, dan wel fundamenteel anders is.
OPROEP: Met dit onderzoek willen we kinderen met een familiaal verhoogd risico op dyscalculie reeds opvolgen vanaf de derde kleuterklas tot de eerste jaren van het rekenonderwijs. Hiervoor zoeken we 130 kleuters uit de derde kleuterklas (geboren in 2020), van wie 100 met een familiaal risico op dyscalculie en 30 zonder familiaal risico. Kinderen hebben een familiaal risico indien één van hun gezinsleden rekenproblemen heeft. De kinderen worden gedurende twee jaar opgevolgd, met meetmomenten aan het einde van de derde kleuterklas, het eerste en het tweede leerjaar.
Meer info? contacteer floor.vandecruys@kuleuven.be of bert.desmedt@kuleuven.be
Ontwikkeling van een spraakklankonderzoek voor Vlaanderen (SKO)
De werkgroep SKO werd in 2011 opgericht met de opdracht een nieuw spraakklankonderzoek (SKO) te ontwikkelen. Vertegenwoordigers van alle opleidingen logopedie zijn betrokken bij dit project. In 2018 werd het normeringsonderzoek van SKO-basis afgerond, waarbij 744 Vlaamse kinderen deelnamen. Deze groep was evenwichtig samengesteld op basis van gender en woonplaats, verdeeld over zes leeftijdsgroepen van 2;6j tot 7;11j. De test wordt computerondersteund afgenomen en biedt geautomatiseerde fonologische en fonetische resultatenverwerking. Het SKO is geïntegreerd in het e-health platform ASISTO, ontwikkeld in samenwerking met de Vakgroep Elektronica en Informatiesystemen (ELIS) van UGent, vertegenwoordigd door prof. dr. ir. em. Jean-Pierre Martens.
In september 2020 werd het basisonderzoek gelanceerd, gevolgd door twee bijkomende modules in oktober 2021: SKO-inco, voor variabiliteit en inconsistentie, en SKO-ddk, een verbale diadochokinesetaak. Beide modules bieden verdieping in de diagnose. In 2022 kreeg ASISTO een belangrijke update en werd de module SKO-inco uitgebreid. In 2023 werd de sneltestmodule gepubliceerd, waarmee snel en genormeerd kan worden bepaald of het volledige onderzoek zinvol is. In 2024 werd een verdiepende module voorbereid waarmee een baseline kan vastgesteld worden voor de productie van /s, /r/ en het voorkomen van interdentaliteit. Deze werd gelanceerd in september 2025.
Het SKO basisonderzoek is vanaf 1 januari 2022 opgenomen in de Limitatieve lijst taaltests en is erkend door het Riziv voor het meetdoel PFP (Procent Fonologische Processen), waardoor het toegang kan verschaffen tot tenlasteneming. Meer informatie is beschikbaar op www.SKOtest.be
In het kader van de testontwikkeling is de terminologie van spraakklankstoornissen bij kinderen kritisch beoordeeld. Dit heeft geresulteerd in een artikel waarin een passende taxonomie en voorkeurstermen worden voorgesteld. Het artikel is gepubliceerd in Signaal Digitaal (2023, nr. 1) en in het tijdschrift Logopedie (2023, jrg 36, nr. 5).
OPROEP: Voor dit onderzoek zijn we op zoek naar logopedisten in de eerstelijnszorg die kinderen met schisis behandelen.
OPROEP: We zijn op zoek naar enthousiaste eerstelijnslogopedisten die kinderen met fonologische spraakklankstoornissen behandelen.
Als deelnemende logopedist:
De dataverzameling via de grootschalige survey (kwantitatieve data) werd afgerond in 2022-2023 (ongeveer 1700 respondenten). Daarnaast werd ook data verzameld bij ouders van kinderen zonder autisme. Er zijn al een aantal preliminaire analyses gebeurd door masterproefstudenten. Echter de bedoeling is om in 2026 de kwantitatieve data te analyseren aan de hand van state-of-the-art statistische analysetechnieken. In een follow-up werden in 2023 ook een 120-tal diepte-interviews georganiseerd met ouders van kinderen met autisme om kwalitatieve data te bekomen (interviews van ongeveer 45min) die toelaat om dieper in te gaan op een aantal topics die aan bod kwamen in de survey (levenstevredenheid van de ouders, hulp en ondersteuning, ouderlijke stress, etc.). De interviews werden/worden door de betrokken masterproefstudenten getranscribeerd en geanalyseerd. Op basis van de uitkomsten van deze preliminaire analyses zullen we een definitieve analyse uitvoeren op alle kwalitatieve data. In een laatste onderzoeksfase zullen de kwantitatieve (survey data) en kwalitatieve (interview data) data gecombineerd en geanalyseerd worden via een mixed method analyse.
Meer info? Contacteer nicky.rogge@kuleuven.be
De Behavior Assessment Battery (BAB) voor kinderen en volwassenen is in 2001-2002 genormeerd voor een Nederlandstalige populatie en in 2003 gepubliceerd door Sig. Sindsdien staat de BAB op de limitatieve lijst van tests van het Riziv. Ondertussen is een herwerkte BAB-versie tot stand gebracht; een hernormering dringt zich dus op. Gezien de aangetoonde bruikbaarheid van en interesse voor de BAB in Vlaanderen en Nederland wordt in dit onderzoeksproject de hernormering gerealiseerd van de vernieuwde BAB. In eerste instantie komt de BAB voor volwassenen aan bod. De hernormering voor de BAB voor volwassenen is afgerond in 2021. De online versie in ondertussen beschikbaar. De studie van hernomering voor kinderen en adolescenten is afgerond in december 2025. De online versie komt uit in 2026. Hiermee is het onderzoek afgerond.
Lovende commentaren over de BAB
Longland, A. (2009). Behavior Assessment Battery for School-Age Children Who Stutter. Boekbespreking. Internationaal Tijdschrift voor Taal- en Communicatiestoornissen, 44/6, 1075-1076
p.1076: "...de BAB is een instrument dat informatie samenbrengt met betrekking tot de gevoelens, reacties en gedachten van kinderen over hun spraak. Momenteel is er geen andere beoordeling beschikbaar die dezelfde hoeveelheid en hetzelfde type informatie verzamelt of die geldige normatieve gegevens verstrekt over deze populatie van kinderen."
"Terwijl de meeste clinici momenteel vertrouwen op metingen van spraakonvloeiendheden alleen om kinderen die stotteren te diagnosticeren, voegt de informatie verkregen uit de BAB diepte toe en maakt een meer uitgebreide beoordeling mogelijk en, daarom, een meer betrouwbare diagnose. De resultaten en de interpretatie van de BAB kunnen een nuttige basis vormen voor gesprekken met bezorgde ouders en/of schoolpersoneel."
"...het is zeker een zeer nuttig instrument voor de diagnose en voor de planning en evaluatie van de interventie."
Jones, M., Menzies, R., Onslow, M., Lowe, R., O'Brian, S., & Packman, A. (2021). Measures of Psychological Impacts of Stuttering in Young School-Age Children: A Systematic Review. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 64, 1918-1928.
p. 1918: "Op basis van het criterium gedefinieerd door het beoordelingsinstrument van Terwee et al. (2007), kregen de Communication Attitude Test en de Overall Assessment of the Speaker's Experience of Stuttering for School-Age Children het hoogste aantal waarderingen ter ondersteuning van hun meeteigenschappen."
Interne consistentie: p. 1924: "Cronbach's alpha scores ... van voldoende grootte werden gevonden voor ... de CAT, de SSC-ER, de BCL, ..."
p. 1924: "Constructvaliditeit betreft de correlatie van testscores op metingen van gerelateerde en niet-gerelateerde constructen. Het CAT was de enige maat die een positieve beoordeling kreeg. De (...) SSC- ER, en de BCL (...) kregen een middelmatige beoordeling".
p. 1925: "Responsiviteit verwijst naar de gevoeligheid van een maat om veranderingen in de loop van de tijd te identificeren (Terwee et al., 2007). Informatie over responsiviteit kon alleen worden gevonden voor het CAT."
p. 1925: "Een bodem- of plafondeffect verwijst naar scores van deelnemers die scheefgetrokken zijn naar de maximum- of minimumscores op een instrument (Franic & Bothe 2008; Terwee et al., 2007) (...) Informatie over dit criterium werd gevonden voor (...) de CAT en de SSC-ER. De laatste twee maatregelen kregen een positieve beoordeling."
p. 1925: "Interpretabiliteit van testscores was beschikbaar voor ... alle onderdelen van de BAB."
p. 1925: "Acht van de negen criteria geschetst door Terwee et al. (2007) werden gebruikt om de eigenschappen van de zes opgenomen maatregelen te evalueren (...) Geen enkele maatregel kreeg een positieve score voor alle acht criteria... de CAT kreeg vijf positieve beoordelingen."
p. 1926: "Geen enkele in deze evaluatie opgenomen maatregel kreeg een positieve beoordeling voor alle criteria die door het beoordelingsinstrument van Terwee et al. (2007) werden geschetst. Desondanks bleken de CAT en (...) het meeste bewijs te hebben ter ondersteuning van hun meeteigenschappen."
Beste Master’s Thesis Award
De ACREHAB scriptieprijs 2023 van de UGent ging naar Iris Heselmans voor de masterproef "Hernormering van de Behavior Assessment Battery voor kinderen en adolescenten die stotteren: de Communication Attitude Test", onder co-promotorschap van Kurt Eggers en Martine Vanryckeghem. Proficiat, Iris!
Hieronder een (chronologisch) overzicht van de afgeronde projecten en onderzoeken van de Adviesraad wetenschappelijk onderzoek:
Er werden gegevens van Centra voor Ambulante Revalidatie in Vlaanderen verwerkt om na te gaan of er vermijdbare aandoeningen en probleemsituaties konden worden opgespoord die later eventueel vermijdbaar waren. >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Greetje Desnerck
De Behavior Assessment Battery (BAB), een test voor spreekvloeiendheidsstoornissen, werd voor Vlaanderen genormeerd. De testbatterij is uitgegeven bij Sig. >> Meer info en bestellen
Er werd gezocht naar subtypering in leerstoornissen via het afnemen van een uitgebreide testbatterij van neuropsychologische tests bij achtjarige kinderen met een klinische diagnose leerstoornis. Het onderzoek werd om praktische redenen stopgezet.
Dit onderzoek kaderde in de leertheoretische of motivationele conceptualisering van ADHD. Het gedrag van kinderen met ADHD lijkt immers zeer gevoelig te zijn voor omgevingsvariabelen. Dit onderzoek had als doel na te gaan of het hyperactief gedrag ook kan worden gerelateerd aan de delay aversion-hypothese. Hierbij wilde men nagaan welke (temporele of niet-temporele) factoren uit de omgeving het gedrag van het kind met ADHD bepalen. Daarnaast werd de vraag gesteld naar het onderscheid tussen de optimale stimulatie theorie en de delay aversion-hypothese als verklaringsmodellen voor ADHD. >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Inge Antrop (beschikbaar in Sig-docudienst)
In dit onderzoek werd met behulp van de EPA2000 nagegaan of kinderen met en zonder rekenstoornissen verschillen op het vlak van cognitie en metacognitie. Dergelijke verschillen werden gevonden op groepsniveau. Ongeveer de helft van de kinderen met rekenstoornissen bleek een metacognitieve copathologie te hebben en uit te vallen wat betreft het correct kunnen voorspellen en evalueren (twee off-line metacognitieve vaardigheden). >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Annemie Desoete (beschikbaar in Sig-docudienst)
In dit onderzoek wilde men nagaan of er een verband is tussen rekenproblemen en visueel-ruimtelijke problemen. Het onderzoek werd om praktische redenen stopgezet.
Er werd onderzocht of kinderen met autisme en ADHD van elkaar verschilden. Ook werd de link tussen executieve functies en symptoomgedrag van autisme en ADHD bestudeerd. >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Sylvie Verté (beschikbaar in Sig-docudienst)
Het wereldspel blijkt als diagnostisch instrument mogelijkheden aan te reiken om het functioneringsniveau van het kind te bepalen. Hierbij kunnen zowel cognitieve als sociaal-emotionele componenten naar voren komen. Het onderzoek werd om praktische redenen stopgezet.
Dit onderzoek werd uitgevoerd door de Facultaire Dienst Testpracticum van de UGent. De normering van de Dyslexie Screening Test (DST) is gebeurd voor Vlaanderen en Nederland. De Adviesraad wetenschappelijk onderzoek hielp mee aan het validiteitsonderzoek. Er blijken vier factoren te onderscheiden in de DST. Het onderzoek werd afgerond.
Dit project bevatte een aantal studies rond balvangen en coördinatieproblemen bij kinderen. Er werd nagegaan hoe DCD kan worden opgespoord, welke problemen kinderen kunnen hebben op het vlak van timing en coördinatie van bewegingen, hoe de visuele perceptie hierin een rol kan spelen en wat de waarde is van de Movement Assessment Battery. >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Hilde Van Waelvelde (beschikbaar in Sig-docudienst)
Het project bestudeerde het effect van assistentiedieren op personen met een verstandelijke handicap, een meervoudige handicap, met gedragsstoornissen en comapatiënten. Er werd geopteerd om post-hoc analyses te doen op buitenlandse data en geen nieuw onderzoek in België meer op te starten, waarmee deze onderzoekslijn werd afgesloten.
Het onderzoek bouwde voort op de theoretische en methodologische ideeën van P. Lemaire en R.S. Siegler over (het onderzoek naar) cognitieve strategieën. Met dit onderzoek wilde men de keuze, toepassing en ontwikkeling van aanvankelijk rekenstrategieën bij sterke en zwakke rekenaars uit het gewoon lager onderwijs en bij kinderen met gediagnosticeerde rekenproblemen uit het buitengewoon lager onderwijs type 8 nauwkeurig beschrijven in termen van Lemaire en Sieglers model of strategic change, rekening houdend met de aard van het genoten rekenonderwijs. >> Meer info over de resultaten in de doctoraatsscriptie van Joke Torbeyns (beschikbaar in Sig-docudienst) en dit artikel (Significant, 2004).
De Vineland wordt steeds meer gebruikt om zicht te krijgen op de communicatie, dagelijkse vaardigheden, socialisatie en motoriek van kinderen en jongeren van drie tot twaalf jaar. De schaal wordt ingevuld op basis van een semi-gestructureerd interview met de ouders of leerkracht. Veel gehoorde kritieken op de VABS waren echter het niet aangepast zijn aan de Vlaamse situatie, het niet voorhanden zijn van Vlaamse normen en het onvoldoende gedifferentieerd zijn van de normen. Het onderzoek wilde tegemoetkomen aan deze lacune in het diagnostisch instrumentarium en werd hiermee afgerond. >> Meer info over de resultaten in dit artikel (Signaal, 2008)
De doelstelling van dit project is een grondig inzicht te verwerven in de cognitieve disfuncties na verworven cerebellaire letsels bij kinderen en adolescenten. Men onderzocht dertig kinderen (tussen 2,5 en 16 jaar) met cerebellaire letsels die het risico lopen PFS te ontwikkelen (patiënten met tumoren van de achterste scheldelgroeve, cerebellaire traumata, vasculaire aandoeningen van het cerebellum en infecties van het cerebellum). >> Meer info over de resultaten in dit artikel (Signaal, 2007)
Dit onderzoek houdt de analyse van cliëntkenmerken in bij de Centra voor Ambulante Revalidatie. Het doel is na te gaan hoe vaak stoornissen en stoornisgroepen voorkomen en welke comorbide en geassocieerde stoornissen er optreden. De beperkte verwerking is afgerond in 2007. Dit vormde de aanzet voor de KCE-studie en werd daarmee ook afgesloten.
Dit project wil een nieuw observatieschema ontwikkelen dat kan worden ingevuld op de leeftijden 3, 6, 9, 12, 15, 18, 21, 24, 30 en 36 maanden. Het is gebaseerd op de brochure Met te veel vallen en opstaan. Het gaat om het opvolgen van de mijlpalen en alarmsignalen op het vlak van grove motoriek, fijne motoriek, waarnemen, cognitie en spel, sociaal, emotioneel en communicatief gedrag, mondmotoriek en zelfstandigheid. Het onderzoek is om praktische redenen stopgezet.
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) kent een sterke genetische basis. Op gedragsniveau vertaalt zich dit echter in uiteenlopende symptomen, onder meer omdat ook omgevingsinvloeden een rol spelen. Frequent maakt dit geïndividualiseerde symptoombeeld het moeilijk om een diagnose ADHD te stellen en om ADHD van andere klachten te onderscheiden. Om een betrouwbaardere diagnostiek en op termijn gerichtere behandeling toe te staan, werd vanuit de VS een grootschalige studie opgezet in meerdere Europese landen, waaronder België. In de zoektocht naar genetische markers voor (symptoomclusters van) ADHD werden bloedstalen van honderden kinderen met ADHD, hun broer/zus en hun ouders verzameld. Voor een optimale vergelijking van de diagnose ADHD en de intelligentiebepaling werd voor het eerst in alle landen gebruikgemaakt van een gelijkaardige procedure, vragenlijsten, interview en neuropsychologische tests.
Denken + Doen = Durven is een uitgewerkte cognitief-gedragstherapeutische behandelmethode, ontwikkeld voor de behandeling van angststoornissen bij kinderen en adolescenten van 8 tot 18 jaar. De behandeling bestaat uit twaalf bijeenkomsten met het kind, verspreid over ongeveer drie maanden. Bij enkele sessies zijn ook de ouders (gedeeltelijk) aanwezig. Er zijn ook drie sessies met de ouders apart. Er is een werkboek ter beschiking, zowel voor het kind als voor de ouders. Omwille van praktische problemen en beperktere interesse werd dit onderzoek stopgezet.
>> Meer info over de methode Denken + Durven = Doen
De doeltreffendheid van medicatie die werkzaam blijkt te zijn in de behandeling van kinderen met ADHD werd onderzocht bij kinderen met dyslexie, omdat deze op het cognitieve vlak een aantal gemeenschappelijke tekorten vertonen, waaronder een gebrekkig werkgeheugen en moeilijkheden met responsinhibitie. Het onderzoek is ondertussen afgerond. >> Samenvatting van de resultaten
Dit onderzoek hield o.a. de analyse van cliëntkenmerken in bij de Centra voor Ambulante Revalidatie in Vlaanderen en Wallonië. Het doel was na te gaan hoe vaak en welke stoornisgroepen voorkomen en welke comorbide en geassocieerde stoornissen er optraden. Dit gebeurde op basis van het registratieproject van de Federatie voor Ambulante CAR, meer bepaald de gegevens verzameld in het eerste halfjaar van 2006.
>> Meer info over de resultaten in dit KCE-rapport
Op basis van een Engels instrument werden drie vragenlijsten ontworpen om de alledaagse communicatie bij kinderen van zes maanden tot vijf jaar te objectiveren. De vragenlijsten werden genormeerd per leeftijdsgroep van twee maanden. Met deze lijsten is kwantitatieve en kwalitatieve analyse van pragmatische vaardigheden mogelijk. De Lijsten voor Evaluatie van Pragmatische Vaardigheden (EPVs) zijn eind 2010 verschenen bij Sig.
>> Meer info en bestellen
ADHD is een aandachtsstoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit en een heel wisselend karakter. Dit onderzoek wil duidelijkheid krijgen over de invloed van: (1) het tijdstip van de dag, (2) pauzes en overgangsmomenten, (3) klasstructuur/instructies, en (4) uitstelsituaties. De studie werd georganiseerd door de Vakgroep Psychiatrie en Medische Psychologie van de Universiteit Gent (Onderzoeksgroep Kinder- en Jeugdpsychiatrie), in nauwe samenwerking met de Vakgroep Experimenteel Klinische en Gezondheidspsychologie (onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen).
Omdat de bestaande versie van de WPPSI verouderd was, is een nieuwe versie ontwikkeld, de WPPSI-III. Van deze versie is een Nederlandstalige bewerking gemaakt door de Universiteit Maastricht. In een vooronderzoek zijn daarbij nieuwe vragen en opgaven gemaakt en is de definitieve tekst vastgesteld. De aanvullende normering voor +4-jarigen werd afgerond in februari 2010. Vanaf juni 2010 werd de WPSSI-III ter beschikking gesteld aan uitgeverij Pearson met een volwaardige Vlaamse normering.
Dit onderzoek wilde via een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve methodieken een zicht krijgen op de problemen van kinderen, jongeren en volwassenen met rekenproblemen. In 2009 werd de ervaring (impliciete kennis) van therapeuten geëxpliciteerd via focusgesprekken (in o.m. de intervisiewerkgroep Rekenstoornissen van Sig). Deze data werden verwerkt en uitgebreid in 2010. Daarnaast werd ook de impliciete kennis van therapeuten in privé-scholen onderzocht door studenten van de Arteveldehogeschool en Lessius Hogeschool. Ten slotte werd ook via kwalitatief onderzoek nagegaan of kinderen met dyscalculie ook problemen hebben op vlak van muziek aanleren (aan de UGent en in de Arteveldehogeschool). >> Meer info over de resultaten in dit artikel (Signaal, 2011)
De doelstelling van dit onderzoek was het in kaart brengen van de oorzakelijke factoren voor de vertraagde motorische ontwikkeling en de evenwichtsstoornissen van kinderen met een gehoorstoornis tussen 4 en 12 jaar. Er werden 54 normaal horende kinderen en 30 kinderen met een gehoorstoornis onderzocht. De data werden verwerkt en het onderzoek is hiermee afgerond.
>> Samenvattend artikel (2014): De invloed van een vestibulaire disfunctie op de motorische prestatie van kinderen met een gehoorstoornis
>> Engelstalige versie van dit artikel
Onderzoek aan de hand van de Communication Attitude Test heeft aangetoond dat stotterende kinderen vanaf de leeftijd van zes jaar een spreekattitude vertonen die significant negatiever is in vergelijking met niet-stotterende kinderen. Omwille van dit verschijnsel werd een test ontworpen die toelaat te bepalen of het negatieve denkpatroon reeds aanwezig is van bij het ontstaan van het stotterprobleem. Deze test, de KiddyCAT (Vanryckeghem & Brutten, 2007) kan al vanaf de leeftijd van 3 jaar worden afgenomen. Onderzoek in de Verenigde Staten toont aan dat stotterende kleuters significant hoger scoren op de KiddyCAT (indicatief voor een negatieve attitude) in vergelijking met niet-stotterende kleuters. Dit wil zeggen dat de KiddyCAT potentieel heeft om te bepalen of de spreekgeassocieerde attitude van de stotterende kleuter afwijkt van die van de normaal vloeiende kleuter. In het kader van het psychometrisch onderzoek werd in dit project de test-hertestbetrouwbaarheid van de KiddyCAT nagegaan. Het onderzoek is hiermee afgerond. >> Meer info over de resultaten in dit artikel (2013)
>> Oproep Tourette en broddelen (2014)
In 2006 ontwikkelde de Sig-intervisiewerkgroep Meertaligheid de Vragenlijst Anamnese Meertalige Kinderen (AMK) om de anamnesegesprekken bij anderstaligen te optimaliseren. Aan de hand van dit onderzoek willen we nagaan hoe de anamnese bij meertaligen verloopt. Is de AMK geïntegreerd en hoe gebeurt dat of zijn er andere instrumenten? De bevraging hierover werd geïntegreerd in de studie van het Vlaams Forum voor Diagnostiek (VFD) en via een bachelorproef aan de KHBO in 2010-2011. Hiermee is dit onderzoek afgerond.
Het is van belang om goede tests/instrumenten te hebben voor een goede diagnostiek. In 2002 organiseerde het Vlaams Forum voor Diagnostiek een bevraging naar de tevredenheid in verband met de bestaande tests. In 2009-2010 liepen twee pilootstudies als voorbereiding op een nieuwe bevraging in 2010 (één aan het KHBO en één aan de Arteveldehogeschool). Op basis hiervan kwam een nieuwe bevraging tot stand waarvan de resultaten werden voorgesteld op het symposium van het VFD op 25 november 2011. Daarin kwamen de volgende domeinen aan bod: Persoonlijkheidstests, Klinische schalen, Outcome tests (effectmetingen), Gezins- en systeemtests, Intelligentie- en Ontwikkelingstest, Aandachtstests, Geheugen-tests, Motoriektests, Tests voor Executieve functies, Tests voor Visueel-ruimtelijke perceptie, Andere neuropsychologische tests, Algemene Taal-, Lees- en Spellingtests en vragenlijsten, Rekentests en Wiskundetests, Schoolvorderingentests, Leerling-volgsystemen en Studeertests, en Belangstellingstests.
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), dyslexie en dyscalculie kennen een levenslang verloop. Adequate begeleiding na een betrouwbare en valide diagnostiek is van cruciaal belang om de cascade te doorbreken. Er werd een bevraging gedaan naar voorzieningen die een diagnostisch, behandelings- en ondersteuningsaanbod hebben voor adolescenten en (jong)volwassenen met ADHD en leerstoornissen. Sinds april 2011 staat de sociale kaart ADHD online.
De oorspronkelijke signaallijst werd in 1992 opgesteld door een Sig-werkgroep. Een tiental jaar later werd een normering opgesteld voor deze lijst. In 2003 werd alles in een handzaam instrument gegoten tot een nieuwe signaallijst, het volgsysteem Kleuters veilig oversteken. De handleiding kwam er in 2004. Er kwam in 2011 een vraag om de verwerking te digitaliseren, maar hierop werd uiteindelijk niet ingegaan.
De ‘objectieve’ registratie van cliëntkenmerken van personen die ambulante revalidatie volgen gebeurt momenteel vanuit de ICD-10. De Vlaamse Centra voor Ambulante Revalidatie begonnen hier in 2002 spontaan mee om hun doelgroepen beter in kaart te kunnen brengen als element van hun strategische positionering in de gezondheidszorg. Ondertussen is dit een verplicht onderdeel in hun jaarverslag voor het VAPH. Vanuit Sig is een online helpdesk geïnstalleerd. Problemen met de registratie worden geïnventariseerd en eventueel in detail bekeken in een vorming voor codeerders. Daarbij wordt de link gelegd naar de ICF als noodzakelijk complement voor de ICD-10 (handelingsgerichte, dimensionele diagnostiek als onontbeerlijk element naast de categoriale diagnostiek).
>> Download hier het online CASUSBOEK ICD-10 (Word-2007 versie of PDF versie)
Het doel van dit onderzoek was een test voor Vlaanderen en Nederland te normeren om taalproblemen bij kinderen en volwassenen op een valide en betrouwbare manier op te sporen. De efficiëntie van de test is nagegaan bij normaal begaafde kinderen (2,5 - 10 jaar) met een taalprobleem (zonder bijkomende comorbide stoornissen zoals ADHD) door de CELF-IV en de TVK (Taaltest Voor Kinderen) en/of RTOS (Reynell Taalonwikkelingsschalen) af te nemen van deze doelgroep. De normering en het onderzoek bij klinische groepen gebeurde in een samenwerking tussen de Arteveldehogeschool en de Universiteit Gent. >> Meer info over de resultaten in dit artikel (Signaal, 2008)
Voor dit onderzoek werd in 2009 een bevraging opgesteld voor hulpverleners en ouders op basis van internationale literatuurgegevens. De bevraging bestond uit een aantal onderdelen: algemene vragen over de betrokken hulpverleningsdiensten/ gezinnen, vragen over medicatiegebruik en neurofeedback, maar ook over psychosociale interventies, verder onderverdeeld in vragen over interventies die gericht zijn op het kind met ADHD, de ouders en hulpverleners/leerkrachten. In de loop van 2010 werd een voorstudie uitgevoerd bij mensen die zich inschreven voor de vorming i.v.m. ADHD. >> Meer info over de resultaten in dit artikel (Signaal, 2012)
Beeldmateriaal over en getuigenissen van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een beperking of stoornis zijn zeldzaam. Deze informatie van inhoudsdeskundigen is echter heel waardevol om de psycho-educatie ten aanzien van deze doelgroep vulling te geven. Via dit onderzoek wil men hieraan meewerken door een portaalsite te ontwikkelen waar de getuigenissen van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een beperking of stoornis centraal staan, met links naar andere waardevolle sites of bronnenmateriaal met bijkomende informatie of vormen van ondersteuning. Het uitgangspunt is dat er veel goede informatiebronnen over alle mogelijke beperkingen of stoornissen voorhanden zijn. Bij het uitwerken van het prototype van de portaalsite werkte men met een gebruikersgroep. Dit onderzoek leidde tot een studiedag in 2012. >> De website is ondertussen online: www.zoalsik.be
Deze onderzoekslijn bestaat uit twee delen: een deel over vroege voorspellers van rekenproblemen (o.l.v. Annelies Ceulemans) en een deel over atypisch rekenen (meer in het bijzonder over autismespectrumstoornissen) (o.l.v. Daisy Titeca).
Wat betreft het eerste luik verdedigde Annelies Ceulemans op 17 november 2014 haar doctoraatsproefschrift. Het onderzoek toont de meerwaarde aan van het aandachtig zijn voor kleine hoeveelheden op peuterleeftijd voor het kunnen tellen als kleuter later. Verder blijkt het stimuleren van peuters (in spelsituaties) samen te hangen met het later goed kunnen oplossen van eenvoudige optel- en aftreksommen door kleuters. Het is van belang om als ouder een gedoseerde of gematigde stimulatie te voorzien, zonder hierin te overdrijven. Ten slotte is ook het omgaan met kleine hoeveelheden bij adolescenten met dyscalculie onderzoek. Het onderzoek is hiermee afgerond.
Nog op 17 november 2014 verdedigde Daisy Titeca haar doctoraatsproefschrift over rekenvaardigheden bij kinderen met ASS. Het onderzoek toont aan dat de rekenvaardigheden van hoogfunctionerende kinderen met ASS vrij gelijk zijn aan deze van typisch ontwikkelende leeftijdgenoten. Toch is vastgesteld dat kinderen met ASS meer moeite lijken te hebben met het aanbieden van nieuwe of complexe leerstof en dat verbaal subitizeren in de kleuterklas een sterkere voorspeller vormt voor latere rekenvaardigheden dan bij typisch ontwikkelende kinderen. Ook dit onderzoek is hiermee tot een einde gekomen.
Neurofeedback is een training waarbij personen via operante conditionering leren hun arousal-toestand te reguleren, wat verondersteld wordt de symptomen te reduceren. In dit onderzoek worden de effecten en werkingsmechanismen van feedback over hersenactiviteit of spierspanning nagegaan bij gemiddeld begaafde kinderen van 7-12 jaar met ADHD. Er wordt gewerkt met kinderen die op een wachtlijst staan voor verdere behandeling van ADHD. Ze worden gedurende 30 sessies van 45 minuten getraind. De week voorafgaand aan de trainingen worden een aantal vragenlijsten meegegeven aan de ouders, het kind en de leerkracht. Tevens neemt men een EEG af. In die periode mag geen medicatie worden gebruikt. Tijdens de training krijgen kinderen feedback op een computerscherm over wat er in hun hoofd gebeurt, waardoor ze leren om hun gedrag aan te passen in de gewenste richting. De helft van de kinderen krijgt feedback over hersenactiviteit (neurofeedback), de andere helft krijgt feedback over spierspanning (EMG). Tijdens de behandeling kan de gebruikelijke medicatie verder worden gebruikt. De week na afloop van de trainingscondities voert men dezelfde metingen, zes maanden later nog eens (nameting). In de loop van 2014 werden de laatste nametingen uitgevoerd. Voortvloeiend uit het onderzoek werden drie masterproeven ingediend. Het onderzoek is hiermee afgerond.
In deze onderzoekslijn werd een Vlaamse spellingtest ontwikkeld. Het gaat om een instrument waarmee zowel aan beschrijvende als aan handelingsgerichte/ begeleidingsgerichte diagnostiek kan worden gedaan. Deze test speelt in op de nood aan een nieuwe, handelingsgerichte en vooral Vlaamse spellingstest. Hij is bedoeld om de spellingvaardigheid van kinderen van het eerste tot en met het zesde leerjaar te meten, zowel voor het spellen van bestaande woorden als pseudowoorden. Op basis daarvan kunnen kinderen met spellingproblemen opgespoord worden. De dictees zijn zo opgebouwd dat een uitgebreide foutenanalyse tot een aanpak op maat van het kind leidt. Sinds december 2016 is de nieuwe spellingtest op de markt (uitgegeven door Academia Press). Dit onderzoeksproject is hiermee afgerond.
Dit onderzoek was een eerste stap in de ontwikkeling van een multidisciplinair onderzoeksinstrument voor kinderen en adolescenten met dyskinetische cerebral palsy. Op basis van de resultaten van het logopedisch, ergotherapeutisch en voedings- en dieetkundig onderdeel merken we dat bepaalde domeinen op zich al een relatief goede betrouwbaarheid kennen. Valkuilen voor een minder goede betrouwbaarheid waren onder meer: (1) de formulering van de items, en (2) de karakteristieke eigenschappen van de beoordelaars zelf (bv. objectiviteit van het meetmoment). Het huidige instrument is multidisciplinair, gezien de verschillende betrokken disciplines het kunnen hanteren. Bovendien werden de methodologie en resultaten steeds multidisciplinair besproken via interne adviesraden. Het multidisciplinaire karakter werd echter nog niet psychometrisch gestaafd. Dit viel buiten het kader van dit onderzoek. Het huidige instrument moet aan verdere verfijning en validering onderworpen worden via toekomstig onderzoek. Hiermee is deze pilootstudie afgesloten. >> Download hier het integrale eindrapport
Dit onderzoek vertrekt vanuit bevindingen uit de wetenschappelijke literatuur aangaande motorische stoornissen bij kinderen met DCD en ASS. Daaruit blijkt immers dat beide groepen overeenkomsten vertonen met betrekking tot hun motorische beperkingen, onder meer wat de coördinatie van bewegingen betreft, evenwichtsstoornissen en problemen met timing in bewegingen. Daarnaast werden bij beide groepen problemen vastgesteld met enkele cognitieve aspecten van bewegingsaansturing, zoals planning, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit. Aangezien alles wordt aangestuurd door het brein, leek het ons aannemelijk dat deze gebreken in bewegingscontrole ook zouden worden weerspiegeld in de hersenen van deze kinderen, meer bepaald in de organisatie van hersennetwerken. Zijn er enerzijds gemeenschappelijkheden in termen van structuur en functie van hersennetwerken bij kinderen met ASS en DCD? Kunnen we deze groepen anderzijds karakteriseren op basis van specifieke hersenstructuren en -activaties? Kunnen deze afwijkende structuur en functie worden gelinkt aan de slechtere scores op bepaalde tests die peilen naar de kwaliteit van bewegingsuitvoering? Kunnen we met behulp van netwerkanalyses een afwijkend patroon terugvinden in termen van globale en lokale efficiëntie, dat verder ondersteuning biedt voor enkele van de theoretische verklaringsmodellen die in het verleden werden geopperd voor de motorische disfuncties? Kan door het in kaart brengen van verschillende netwerken een link worden gevonden tussen structuur en functie? Op deze vragen wil deze studie een antwoord formuleren. Dit onderzoek werd vroegtijdig stopgezet.
In het najaar 2016 startte het projectmatig wetenschappelijk onderzoek rond ‘Life balance bij jongeren’. Life balance omvat het evenwicht dat personen ervaren in alle activiteiten en engagementen waarin ze betrokken (willen) zijn (zoals werk, school, gezin, sociaal leven, hobby’s). Jongeren met en zonder gezondheidsproblemen kunnen in de loop van het leven een verstoorde life balance ervaren, waardoor mogelijk bepaalde rollen (bv. medescholier, sportmaat) niet meer vervuld kunnen worden. Er is echter een gebrek aan assessment instrumenten om life balance in kaart te brengen bij jongeren. Bovendien is er weinig onderzoeksmateriaal over de strategieën die (ergo)therapeuten kunnen aanbieden om een goede life balance te vinden en te behouden. De ontwikkeling van mobiele applicaties ter ondersteuning van dienstverlening in de gezondheidszorg lijkt voornamelijk bij de groep jongeren zeer zinvol.
Het doel van deze studie is tweeledig: enerzijds wordt een assessment instrument ontwikkeld of aangepast voor het in kaart brengen van de life balance bij jongeren tussen 12 en 18 jaar met een goede of verstoorde life balance. Daarnaast zal ook een interventie op basis van telecoaching ontwikkeld worden voor de optimalisatie van de life balance binnen deze groepen.
Afgelopen jaar werden een literatuuronderzoek en een conceptanalyse uitgevoerd. Door middel van interviews en focusgroepen werden er kwalitatieve gegevens verzameld om het concept life balance vanuit het perspectief van de jongeren beter te leren kennen. Op basis van deze informatie wordt momenteel een mobiele applicatie ontwikkeld als assessment en een app voor coaching van de jongeren naar een betere life balance. Met behulp van interviews en focusgroepen worden de apps ontwikkeld en bijgesteld in co-creatie met de jongeren.
Over dit onderzoek zijn twee publicaties gerealiseerd in het Jaarboek Ergotherapie van 2019 en 2020.
Aan de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van de KU Leuven wordt onderzoek verricht naar de ontwikkeling van kinderen en jongvolwassenen met autismespectrumstoornis (ASS). Sig ondersteunt twee lopende onderzoeken.
Jongvolwassenen met ASS: theoretisch model van determinanten en uitkomsten van ontwikkelingstaken: Dit onderzoek wil de verhalen en expertise van ervaringsdeskundigen samenbrengen, relevante thema’s identificeren en mogelijkheden voor een betere ondersteuning verkennen. Personen met ASS worden geconfronteerd met diverse uitdagingen wanneer ze de stap naar de volwassenheid zetten. In het bijzonder de overgang zowel van jeugdzorg naar volwassenenzorg als van het secundaire naar het hoger onderwijssysteem stelt hen potentieel voor grote uitdagingen. Eerder onderzoek suggereerde dat leeftijdsspecifieke begeleidingsprogramma's voor personen met ASS schaars zijn en dat meerdere beschikbare zorgprogramma's onvoldoende effectief zijn. Hierdoor is er in deze groep een groot risico op het hardnekkig blijven bestaan of zelfs verergeren van functionele en participatieproblemen. Het doel van dit onderzoek is om de ontwikkeling van personen met ASS doorheen de jongvolwassenheid (17-25 jaar) beter te begrijpen, zodat de overgangszorg en -begeleiding beter aangepast kan worden aan hun noden. Hiervoor werden jongvolwassenen met ASS, hun ouders en hulpverleners betrokken in een kwalitatieve studie, die het belang van sociale relaties en vergelijking voor jongvolwassenen met ASS en hun omgeving benadrukte. Bovendien werd vastgesteld dat het nadenken over hoe beslissingen de toekomst kunnen beïnvloeden, en hoe ASS een plaats kan krijgen in de toekomst centraal stonden in de verzamelde narratieven. Hieraan kan extra aandacht besteed worden in de klinische praktijk. In een tweede stap werd door middel van een online vragenlijstenstudie bekeken wat psychologische kenmerken zijn van typische jongvolwassenen in Vlaanderen. De resultaten hiervan zijn momenteel ingediend ter publicatie. In een laatste stap zal worden vergeleken hoe jongvolwassenen met ASS verschillen van de typische jongvolwassenen in Vlaanderen.
Switch-onderzoek over het verband tussen leerkracht-leerling relatie en het werkgeheugen van leerlingen (met ASS): Het project bestudeert de rol van bepaalde kenmerken van de leerkracht (bv. leeftijd, aantal jaar ervaring als leerkracht) en bepaalde kenmerken van het kind (bv. leeftijd, ASS-symptomatologie) bestuderen. Onderzoek heeft aangetoond dat een positieve werkrelatie tussen leerkracht en leerlingen kan leiden tot betere schoolse prestaties. Het bewijs voor de invloed van de relatie tussen leerkracht en leerling op de prestaties van het werkgeheugen van de leerlingen is echter nog beperkt. We hebben vooral nog te weinig zicht op de specifieke eigenschappen van zowel het kind als de leerkracht die een impact hebben op dit verband. We willen met dit project nagaan welke kinderen moeilijkheden ondervinden bij het opbouwen van een goede leerkracht-leerling relatie. Daarbij willen we specifiek de vergelijking maken tussen leerlingen met en zonder ASS. Verder onderzoeken we welke factoren de relatie tussen de leerkracht en leerling kunnen bevorderen en wat de specifieke aandachtspunten hierbij zijn voor leerlingen met een autismespectrumstoornis. Tenslotte willen we in deze studie nagaan wat de invloed van deze leerkracht. >> Meer info in deze Infobrief Switch-project
Het biopsychosociale model maakt een synthese tussen het medische en sociale model van gezondheid door het menselijk functioneren te beschouwen als een samenspel tussen biologische, individuele en sociale factoren. Het is dit model dat de Internationale Classificatie van het Menselijk Functioneren (ICF) ondersteunt. Internationaal en nationaal wordt er steeds meer belang gehecht aan dit model. Het is belangrijk ook in de sector van de CAR een omslag te maken van een eerder medisch model naar het biopsychosociale model.
Sig probeert via opleiding en informatie de CAR-sector mee te sturen in deze koerswijziging via vorming. Het vormingstraject bestaat uit vijf niveaus: (1) inleidende studiedag, (2) driedaagse workshop, (3) supervisiewerkgroep, (4) intervisiewerkgroep, en (5) coaching op de werkvloer. Concrete informatie over de vorming vindt u elders in dit activiteitenverslag.
Naast dit vormingstraject werd Sig ook actief betrokken bij het ICF-Lab-project van HoWest, begeleid door Jolien Veys en Greetje Desnerck. Dit project wil de leemte vullen m.b.t. de implementatie van ICF in Vlaanderen. Het doel van het ICF-Lab is organisaties (in eerste instantie Centra voor Ambulante Revalidatie) te begeleiden in het implementeren van ICF en het vertalen van good practices uit het buitenland naar Vlaanderen, met aandacht voor eventuele nodige aanpassingen aan de specifieke Vlaamse context.
> Aan de slag met ICF (ICF-lab Howest)
Van 2014 tot 2016 werkte het ICF-Lab met de sector voor ambulante revalidatie (CAR's). In een verkennend onderzoek werd ik kaart gebracht hoe de sector gebruik maakt van de ICF en welke hindernissen ze ondervinden bij de implementatie. Momenteel (2019-2021) loopt een PWO "Aan de slag met ICF!" Welke noden zijn er binnen het ruime werkveld m.b.t. de ICF? Hoe kunnen organisaties hierbij ondersteund worden? In dit project willen we de focus verbreden naar andere sectoren en organisaties die met de ICF aan de slag (willen) gaan. > Meer info
Rapport (Veys, 2022) > Aan de slag met ICF! Welke noden zijn er binnen het ruime werkveld m.b.t. ICF? Hoe kunnen organisaties hierbij ondersteund worden? Een onderzoek vanuit het ICF-Lab
Dit project betreft een doctoraatsonderzoek over het effect van reflectief functioneren (of mentaliseren) bij Waakzame Zorg. We wensen op dit moment van het onderzoek instrumenten te ontwikkelen die beide onderdelen (reflectief functioneren en Waakzame Zorg) zo goed mogelijk kunnen meten, meer specifiek bij mensen die beroepshalve te maken hebben met kinderen en jongeren tussen 2,5 en 18 jaar. Veel onderzoek richt zich op ouder-kindrelaties, maar beide perspectieven worden ook zeer vaak gehanteerd door hulpverleners zelf, in scholen of sociale diensten in andere contexten.
Er wordt daarom in ons huidige onderzoek extra aandacht besteed aan hoe u kijkt naar en omgaat met conflictsituaties tussen een professional en een kind/jongere. (een conflictsituatie = een interactie waarin u als volwassene met een kind/jongere belandde omwille van een verschil tussen wat u of het kind wou. Het moet gaan over een gebeurtenis waarbij u, het kind of beiden geëmotioneerd raakten.)
In de loop van 2019 werden de data voor dit onderzoek verzameld. Verwerking van de resultaten gebeurde in 2021, 2022 en 2023. Door onvoorziene omstandigheden is het project in 2024 stopgezet.
Betrokken zijn in het dagelijks en maatschappelijke handelen is een essentiële voorwaarde voor kinderen om te leren. Participatie is het proces waarin kinderen zich kunnen engageren in dagelijkse activiteiten in een betekenisvolle context. Door de opmars van het ICF ligt de focus in de hulpverlening op ‘het bevorderen of optimaliseren van participatie en kwaliteit van leven’ van kinderen en hun ouders. Praktijkervaring en onderzoek leren ons dat het niet evident is om participatiebevorderend te werken. Uit grootschalig Amerikaans/Canadees onderzoek in de vroegbegeleiding blijkt dat slechts tussen de 0,4% tot 1,3% van de gegeven interventies zich richten op participatie, ook al is het belang van de focus op participatie bewezen. Jonge kinderen met een ontwikkelingsstoornis ervaren ook meer participatieproblemen. Omgevingsfactoren en persoonlijke factoren bepalen sterk hoe goed een kind al dan niet kan participeren. Hoe jonger het kind, hoe waarschijnlijker het is dat gelegenheden voor participatie bepaald worden door ouders en verzorgers. Wanneer jonge kinderen in een zo optimaal mogelijk omgeving opgroeien, is de prognose voor zowel het kind als de ouders gunstiger. Er is echter nog maar weinig onderzoek verricht naar participatie bij jonge kinderen, zeker niet als het niet om fysieke beperkingen gaat. Er zijn ook geen gegevens beschikbaar over hoe jonge kinderen zelf hun participatie beleven en invullen. Ook de noden en wensen van ouders van jonge kinderen zijn onvoldoende gekend. Nochtans geeft onderzoek aan dat ze een cruciale factor spelen in het bevorderen van de participatie mogelijkheden van hun kind.
Op deze thematiek wil dit onderzoek ingaan. Gegevens hierover kunnen het werkveld de nodige handvatten kunnen aanreiken i.f.v. het optimaliseren van participatie bij jonge kinderen met een ontwikkelingsstoornis zoals ADHD, DCD en/of autisme.
De uitkomst van ADHD wordt mee bepaald door het ontstaan van comorbide moeilijkheden die vooral worden gemedieerd door de sociale omgeving van het kind. In het bijzonder werden hierbij conflictueuze ouder-kindrelaties uitvoerig beschreven, waarbij enerzijds de actieve betrokkenheid van ouders of anderzijds de passieve invloeden (bv. temperament) vanuit het kind werden onderzocht. Recent onderzoek in de verklaring van ouder-kindrelaties onderstreept meer en meer het belang van bidirectionele verklaringsmodellen, zoals het social relations model (SRM): ouders en kinderen worden hierbij beschouwd als gelijkwaardige partners in de ontwikkeling van hun relatie. Beiden zijn in de mogelijkheid om invloed op een ander uit te oefenen.
Het doel van deze studie is de wederzijdse gezinsbeïnvloedingsprocessen in gezinnen met ADHD gedetailleerd te onderzoeken, vergeleken met controlegezinnen (normaal, depressie) via de SRM-techniek. Bij bidirectioneel onderzoek gebruikmakend van deze techniek focust men op de 'actoreffecten' van ouders (bv. de mogelijkheid van de ouders tot beïnvloeding van kinderen), de 'partnereffecten' van kinderen (bv. de gevoeligheid van kinderen voor invloed van ouders), de 'actoreffecten' van kinderen (bv. de mogelijkheid van kinderen tot beïnvloeding van de ouders), de 'partnereffecten' van ouders (bv. de mate waarin ouders beïnvloedbaar zijn door kinderen) en alle relatie- en gezinseffecten. De SRM-techniek houdt aldus simultaan rekening met de persoonlijkheid van elk gezinslid, de specifieke relaties tussen elk gezinslid en de familiefactoren daarrond.
Tot op heden werd er nog geen onderzoek gepubliceerd dat bidirectionele processen bij gezinnen met een kind met ADHD in zijn totaliteit bestudeert. Nieuwe inzichten in de ouder-kindrelatie bij ADHD kunnen meer gerichte gezinsinterventies helpen ontwikkelen.
Tot wel 72% van de jongeren met ADHD ervaart slaapproblemen. Het gaat vooral over niet kunnen inslapen en doorslapen, ’s nachts wakker worden, en een onrustige slaap. Door die slaapproblemen verergeren vaak ook de ADHD-symptomen en gerelateerde problemen: aandachtsproblemen verergeren, het wordt moeilijker om emoties te reguleren en ook het plannen en organiseren van school- en huiswerk wordt vaak moeilijker. Om de vicieuze cirkel te doorbreken hebben wij specifiek voor jongeren met ADHD een Cognitief Gedragstherapeutische slaaptraining ontwikkeld: de SIESTA training.
SIESTA staat voor Sleep IntervEntion as Symptom Treatment for ADHD. De training is gericht op het geven van uitleg over slapen en ADHD, gezond slaapgedrag, en op het analyseren van het meest prominente slaapprobleem van de jongere. Gebaseerd op deze analyse wordt samen met de jongere gekeken hoe de slaaphygiëne verbetert kan worden. We hebben onderzocht of SIESTA effectief was in een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) waarin we een groep jongeren met ADHD die de training volgden, vergeleken met een groep die hun gebruikelijke behandeling voor ADHD voortzette (treatment as usual). Hieruit bleek dat de interventie effectief is om de door jongeren ervaren slaapproblemen op de korte termijn te verbeteren: de slaaphygiëne, de ervaren slaapproblemen en depressieve klachten van adolescenten die SIESTA volgden verbeterde meer dan bij jongeren die SIESTA niet volgden. Op dit moment zijn we hulpverleners in Vlaanderen aan het trainen in het geven van de SIESTA interventie, zodat meer jongeren met ADHD kunnen profiteren van SIESTA. Als lid van de SIESTA-stuurgroep heeft Sig het project al van bij de start ondersteund, onder andere door mee na te denken hoe we de studie en interventie konden optimaliseren, bij werving doorheen de verschillende waves en tot slot bij verspreiding binnen de (geestelijke) gezondheidszorg in Vlaanderen.
Meer info op https://ppw.kuleuven.be/klip/siesta
De door Sig ondersteunde onderzoeksprojecten leidden in 2025 tot de volgende wetenschappelijke bijdragen:
Wetenschappelijke artikels
Allemeersch, F., Van Lierde, K., Verhaeghe, N., Bettens, K., Mouton, T., Hens, G., & Alighieri, C. (2025). Effectiveness and cost-effectiveness of high intensity vs. low intensity speech intervention in children with a cleft palate: protocol for a randomized controlled trial. International Journal of Language & Communication Disorders, 60(2). https://doi.org/10.1111/1460-6984.70019
Belteki, Z., Ward, E. K., Begum Ali, J., van den Boomen, C., Bölte, S., Buitelaar, J., Charman, T., Demurie, E., Falck Ytter, T., Hunnius, S., Johnson, M. H., Jones, E. J. H., Oosterling, I., Pasco, G., Pijl, M. K. J., Radkowska, A., Rudling, M., Tomalski, P., Warreyn, P., Junge, C., & Haman, E. (2025). A concurrent validity study of the Mullen Scales of Early Learning (MSEL) and the MacArthur–Bates Communicative Development Inventory (CDI) in infants with an elevated likelihood or diagnosis of autism. Journal of Autism and Developmental Disorders, online ahead of print. https://doi.org/10.1007/s10803-024-06652-4
De Smedt, B. (2025). Op zoek naar vroege voorspellers van rekenproblemen en dyscalculie. Logopedie, 38(3), 13-18.
Moerman, F., Van de Vyver, H., Warreyn, P., Erdogan, M., Noens, I., Sivaraman, M., … Roeyers, H. (2025). Growth trajectories of joint attention and play as predictors for language in young children at elevated likelihood for autism. Journal of Autisme and Developmental Disorders. https://doi.org/10.1007/s10803-024-06685-9
Moerman, F., Warreyn, P., Noens, I., Steyaert, J., van Esch, L., de Vries, L., … Roeyers, H. (2025). Exploring cascading effects of sensory processing on language skills and social-communicative difficulties through play in young children at elevated likelihood for autism. Infancy, 30(1). https://doi.org/10.1111/infa.12625
Mouton T, Van Lierde K, Verhaeghe N, Alighieri C, Allemeersch F, Goeleven A, Hens G, Bettens K. Protocol for a Qualitative Study on the Acceptability of High- and Low-Intensity Speech Intervention in Children With Cleft Palate: Perceptions of Children, Their Caregivers and Speech-Language Pathologists. International Journal of Language & Communication Disorders, 60(4). https://doi.org/10.1111/1460-6984.70061
Mues, M., Demurie, E., Erdogan, M., Schaubroeck, S., Krol, M., Goodwin, A., Buitelaar, J., Loth, E., & Roeyers, H. (2025). Uh and um in autism: The case of hesitation marker usage in Dutch-speaking autistic preschoolers. Journal of Child Language, 52, 1063–1079. https://doi.org/10.1017/S0305000924000321
Schaubroeck, S., Demurie, E., Begum-Ali, J., Bolte, S., Boterberg, S., Buitelaar, J., … Roeyers, H. (2025). Investigating the predictive validity of the quantitative checklist for autism in toddlers and the autism diagnostic observation schedule-2 in children at elevated likelihood for autism. Journal of Autisme and Developmental Disorders. https://doi.org/10.1007/s10803-024-06585-y
Schaubroeck, S., Demurie, E., Begum-Ali, J., Bölte, S., Boterberg, S., Buitelaar, J., Charman, T., Falck-Ytter, T., Hunnius, S., Johnson, M. H., Jones, E., Oosterling, I., Pasco, G., Pijl, M., Van den Boomen, C., Warreyn, P., & Roeyers, H. (2025). The stability of the Autism Diagnostic Observation Schedule-2 in children aged 14–36 months with elevated likelihood for autism. Journal of Child Psychology and Psychiatry, online ahead of print. https://doi.org/10.1111/jcpp.70078
Segers, J., van Esch, L., Madarevic, M., Moerman, F., Roeyers, H., Steyaert, J., … Noens, I. (2025). Contextual differences in parent-child interactions?: a study on toddlers at elevated likelihood of autism and their mothers. Infant behavior & Development, 78. https://doi.org/10.1016/j.infbeh.2025.102030
Starling-Alves, I., Peters, L., & Wilkey, E. D. (2025). Beyond the sum of their parts: A multi-dimensional approach to dyscalculia-dyslexia comorbidity integrating studies of the brain, behavior, and genetics. Developmental Cognitive Neuroscience, 72, 101510.
Thomson, A. R., Hollestein, V., Goodwin, A., Fritz, A., Oakley, B., Murphy, D., Bullock, E., Demurie, E., Loth, E., Bussu, G., Roeyers, H., Yorke, I., Buitelaar, J. K., Koziel, J., Colomar, L., Krol, M. A., Bowdler, M., Herregods, N., Aggensteiner, P., … Puts, N. A. (2026). In vivo Glx measurements from GABA-edited HERMES at 3 T are not consistent with those from short TE PRESS across scanners, brain regions, diagnostic and age groups. NMR in Biomedicine, 39(1), e70171. https://doi.org/10.1002/nbm.70171
Urban, S., Roeyers, H., Peters, L., & Warreyn, P. (2025). What Do We Know About the Home Learning Environments of Autistic Preschoolers? A Systematic Review. Journal of Autism and Developmental Disorders. https://doi.org/10.1007/s10803-025-07186-z
Zanatta, A., Siew, J., Van der Paelt, S., Warreyn, P., & Roeyers, H. (2025). Developmental, behavioural and NDBI interventions in autistic children or at elevated likelihood of autism?: a systematic review of neural outcomes. Review Journal of Autism and Developmental Disorders. https://doi.org/10.1007/s40489-024-00437-2
Posterpresentaties en congresbijdragen
Allemeersch, F., Mouton, T., Bettens, K., Alighieri, C., & Van Lierde, K. (2025). Fonologisch bewustzijn bij kinderen met schisis: een vergelijkend onderzoek. VVL Congres 2025, Abstracts. Presented at the 44ste VVL Congres, Ghent, Belgium.
Beccaria, F., Leenen, L., Vertongen, K., Kissine, M., Zink, I., Demurie, E., Noens, I., Roeyers, H., van Esch, L., & Weyland, M. (2025). Clustering patterns to define language profiles of young autistic children [Poster presentatie]. LFR Interdisciplinary Summit, Paris, France.
Beccaria, F., Vertongen, K., Kissine, M., & Zink, I. (2025). At-home spontaneous (pre-)linguistic productions: Clustering patterns to define language profiles of young autistic children [Poster presentatie]. INSAR Annual Meeting, Seattle, WA, United States.
Boterberg, S., Demurie, E., Vlaeminck, F., Bontinck, C., Bruyneel, E., Dewaele, N., Vermeirsch, J., Verhaeghe, L., Warreyn, P. & Roeyers, H. (2025). Early motor difficulties and school-age outcomes in children at elevated likelihood for autism. Oral presentation (symposium) at the 2nd Flemish conference for mental health in children and youth (18-19 September 2025, Brussels, Belgium)
Boterberg, S., Demurie, E., Vlaeminck, F., Warreyn, P., Bruyneel, E., Bontinck, C., Dewaele, N. & Roeyers, H. (2025) Outcomes in children at elevated likelihood for autism and early developmental regression: Combining retrospective and prospective methods. Poster presentation at the INSAR (International Society for Autism Research) conference (30 April -3 May, Seattle, Washington, USA)
Boterberg, S., Schaubroeck S., Van de Vyver, H., Warreyn, P., Roeyers, H. (2025). Ontwikkelingstrajecten bij kinderen met verhoogde kans op autisme: taal, motoriek en het gebruik van gestandaardiseerde testen [Mondelinge presentatie]. 2de Vlaams Congres GGZ Kinderen & Jongeren, Brussels, Belgium, Sept 18-19.
Callebaut, F. (2025). Project CORAL: A study on the co-development of reading and arithmetic learning [Poster Presentation]. FPPW Research Day, Ghent, Belgium, December 17.
Demurie, E., Bruyneel, E., Vermeirsch, J., Bontinck, C., Boterberg, S., Schaubroeck, S., Erdogan, M., Mues, M., Bogaert, N., D’Hoore, C., De Vadder, B., Penninck, L., Krol, M., Warreyn, P., & Roeyers, H. (2025). Ouder kind interactie in gezinnen met een kind met autisme [Mondelinge presentatie]. Vlaams Congres Geestelijke Gezondheid bij Kinderen & Jongeren, 18 september 2025, Brussel.
Demurie, E., Koziel, J., Erdogan, M., Mues, M., Schaubroeck, S., Bogaert, N., De Vadder, B., Goodwin, A., Buitelaar, J., Delorme, R., Falck Ytter, T., Loth, E., Roeyers, H., & the PIP team. (2025). Temporal reward discounting in preschoolers with and without neurodevelopmental conditions [Poster presentatie]. General Assembly Meeting AIMS 2 TRIALS, Nice, Frankrijk.
D'Hoore, C., Van der Paelt, S., Piatti, A., Warreyn, P., Roeyers, H. (2025). Welke factoren voorspellen het effect van vroegtijdige ondersteuning van jonge kinderen met autisme? Een studie naar het ImPACT-programma. Posterpresentatie op Vlaams Congres Geestelijke Gezondheid bij Kinderen & Jongeren, Brussel, September 18-19, 2025.
D'Hoore, C., Van der Paelt, S., Zanatta, A., Warreyn, P., Roeyers, H. (2025). A study on the efficacy of Project ImPACT, a parent-mediated social communication intervention, as early intervention in autism. Poster presentatie op Research Day Faculteit Pedagogische Psychologische Wetenschappen, Universiteit Gent, September 17, 2025.
Matthys, A., Nijhof, A. D., Cooremans, A., Siugzdaite, R., Demurie, E., Kissine, M., BeLAS Consortium, Steyaert, J., & Wiersema, J. R. (2025). The neural response to the own name and language skills in young children with autism [Poster presentatie]. From self-knowledge to knowing others conference.
Mouton, T., Allemeersch, F., Bettens, K., Alighieri, C., & Van Lierde, K. (2025). Kosten en baten van een interdisciplinaire behandeling van een gespleten verhemelte: percepties en ervaringen van kinderen met een gespleten verhemelte en hun ouders. VVL Congres 2025, Abstracts. Presented at the 44ste VVL Congres, Ghent, Belgium.
Peeters, S., Graham, L., Reeve, R., & De Smedt, B. (2025). Understanding heterogeneity in preschoolers at risk of mathematical learning difficulties. Paper presented at the Mathematical Cognition and Learning Society Conference, Hong Kong, June.
Petit, M., Calcus, A., BeLAS Consortium, Demurie, E., Kissine, M., Noens, I., Roeyers, H., van Esch, L., Weyland, M. & Destrebecqz, A. (2025). Exploring visual statistical learning in pre-school verbal and minimally verbal autistic children: An electrophysiological study [Poster presentatie]. INSAR Annual Meeting, Seattle, Washington, United States.
Petit, M., Calcus, A., Ferez, M., BELAS Consortium, & Destrebecqz, A. (2025). Longitudinal study: Exploring the neurophysiological development of visual statistical learning and its link to language development in children with autism [Poster presentatie]. European Conference on Developmental Psychology, Vilnius, Litouwen.
Petit, M., Calcus, A., Ferez, M., BELAS Consortium, & Destrebecqz, A. (2025). Longitudinal study: Exploring the neurophysiological development of visual statistical learning and its link to language development in children with autism [Poster presentatie]. BAPS Annual Meeting, Brussel.
Rapp, C., Kissine, M., van Esch, L., Demurie, E., Weyland, M., Noens, I., Roeyers, H., BELAS Consortium, & Deliens, G. (2025). Evaluating sleep quality and circadian rhythms in pre-school autistic children using actigraphy: A feasibility study [Conference presentation]. Sleep 2025, Seattle, Washington, United States.
Urban, S., Roeyers, H., Peters, L. & Warreyn, P. (2025). The home learning environment of autistic preschoolers: a systematic review. Poster presented at Autism Europe Congress, Dublin, September 11-13, 2025.
Van de Vyver, H., Warreyn, P., Brys, I., Deliens, G., Demurie, E., Kissine, M., Noens, I., van Esch, L., BeLAS consortium, Roeyers., H. (2025). Associations between imitation types and receptive and expressive language skills in autistic preschoolers [Poster presentatie]. Autism Europe Congress, Dublin, Ireland, Sept 11-13.
Van de Vyver, H., Warreyn, P., Demurie, E., Kissine, M., Noens, I., van Esch, L., Weyland, M., BeLAS consortium, Roeyers., H. (2025). Imitation types in relation to language skills in young autistic children [Poster presentatie]. INSAR Annual Meeting, Seattle, Washington, United States, April 30-May 3.
Van Esch, L., Maljaars, J., Kissine, M., Weyland, M., Demurie, E., Roeyers, H., Van de Vyver, H., Warreyn, P., Brys, I., BELAS Consortium, & Noens, I. (2025). Symbol formation and language [Mondelinge presentatie]. Autism Europe Congress, Dublin, Ireland.
Warreyn, P., Demurie, E., Urban, S. & Van der Paelt, S. (2025). It takes a village: aandachtspunten voor de thuis- en schoolcontext bij peuters en kleuters met (een verhoogde kans op) autisme. Symposium at Vlaams Congres Geestelijke Gezondheidszorg, Brussels, September 18-19, 2025.