Werkgroepen

Intervisie als vorm van permanente vorming

Sig heeft onder meer als doelstelling hulpverleners een aantal mogelijkheden te bieden tot permanente studie en vorming. Behalve studiedagen en workshops kunnen in dat kader ook intervisiewerkgroepen worden opgestart. Deze worden in principe georganiseerd voor personeel van de Centra voor Ambulante Revalidatie. De organisatie van de werkgroepen verloopt per werkjaar. Momenteel zijn er zestien actief. Enkele daarvan hebben een eigen webpagina of te downloaden publicatie. De links zijn telkens per werkgroep vermeld.

De algemene coördinatie van de werkgroepen is in handen van Viviane Vermeiren. Per werkgroep is er een inhoudelijke coördinator (in het overzicht tussen haakjes vermeld). De werkgroepen komen om de zes weken samen. Er wordt per werkjaar een programma opgesteld. Daarnaast is er tijd voor het uitwisselen van informatie over recente studiedagen, publicaties, nieuwe tests of behandelingsmethodieken en gevalsbesprekingen.

>> Kies een werkgroep en lees het verslag van de werking van 2016-2017.

 

Taaltherapie bij kinderen

Het voorbije werkjaar was opnieuw rijk gevuld met een gevarieerde uitwisseling van logopedische ervaringen. Intervisie en casestudies zorgden voor het uitwisselen van nuttige tips en concrete therapiedoelstellingen. Zoals vorige jaren kregen deze uitwisselingen voldoende aandacht en voorrang. Dit jaar lag de klemtoon op logopedische therapie bij kinderen met ontwikkelingsdysfasie en autismespectrumstoornissen, met aandacht voor methodes, programma’s, therapiemateriaal, spelletjes en nuttige apps. We bespraken therapiedoelstellingen bij kinderen met ASS, taalontwikkelingsstoornissen en ontwikkelingsdysfasie en wisselden ervaringen uit rond therapiemateriaal en het gebruik van visualisaties. Het praktisch nut van het programma ComVoor en mogelijke toepassingen sloot hier mooi bij aan. Verder beleefden en evalueerden we de ervaring van een interessant TOS- belevingsparcours en bespraken we hoe de oefenniveaus van Marion Blank praktisch ingezet kunnen worden in taaltherapie (taalinhoud, taalvorm en taalgebruik) met boekjes. Ook het Fish therapeutisch programma voor ontwikkelingsdyspraxie werd verder overlopen. Rond meertaligheid wisselden we, in samenwerking met de intervisiewerkgroep Meertaligheid vragen en ervaringen uit rond diagnostiek, therapie en ouderparticipatie. Ten slotte richtten we ook onze aandacht op de ICF-doelen en op de belemmerende en bevorderende persoonlijke en externe factoren in functie van taaltherapie.
 

Hanen

De werkgroep Hanen bestaat alleen uit gecertificeerde Hanen-logopedisten. Naar jaarlijkse gewoonte hadden we elk van de zes vergaderingen een intervisiemoment met beelden uit de praktijk. Om beurt brengen de deelnemers een opname van ouder en kind mee, deel uitmakend van een Hanen ouderbegeleiding of Hanen Oudercursus. Deze opname wordt samen bekeken met het oog op het terugkijken met de ouder. We combineren hierbij de technieken van VIB/VHT met die van Hanen. In de loop van het werkjaar kwam ook een nieuwe Hanen-uitgave aan bod: het betreft een Engelstalig werkboekje voor ouders (‘Parent Workbook’) dat aansluit bij het handboek ‘Praten doe je met z’n tweeën’ en dus bij de Hanen Oudercursus. We namen het boekje door en toetsten het af op bruikbaarheid in onze cursussen. Ieder las zijn deel en bracht dit naar voor, waarna ideeën geformuleerd werden om de oudercursussen te optimaliseren. We lazen ook al enkele hoofdstukken uit het boek ‘Autisme bij jonge kinderen’ (Rogers-Dawson). De vooraf gelezen stukken werden besproken naar de bruikbaarheid in onze werking met jonge kinderen, al dan niet met autisme. Dit krijgt een vervolg in het komende werkjaar. Daarnaast was er veel intervisie over het dagelijks werken in het kader van de Hanen begeleidingen of oudercursussen. Dit ging zowel over praktische als inhoudelijke items. Het doorgeven van gevolgde studiedagen was ook een vast punt, o.a. de workshop ‘More Than Words’.

Graag willen we de werkgroep uitbreiden met logopedisten die de Hanen-opleiding gevolgd hebben en die aan de slag zijn of willen beginnen met de Hanen Oudercursus. Specifieke interesse voor ASS is een meerwaarde, maar is geen uitsluitende voorwaarde. We merken nog op dat een groot deel van de tips en technieken die bij de ASS-problematiek aangewend worden, ook zeer bruikbaar is bij jonge kinderen met een algemene ontwikkelingsachterstand. Naast de ASS-problematiek komen zeker andere aan bod waarbij taal en communicatie moeilijk verlopen.

>> Hanen-web = informatiepunt over de Hanen Oudercursus in Vlaanderen
 

Rekenstoornissen

Dit werkjaar bracht ons een mix aan thema’s en een dynamische inzet van alle leden. Onze agendapunten bestonden uit een rijke variatie theoretische en praktische onderwerpen. De rode draad in ons aanbod was de ontwikkeling van een digitale opvolging voor rekenremediëring via de installatie van Showpad. Vanaf 2017-18 zal in enkele CAR gestart worden met een pilootproject waarin Showpad aangeboden wordt aan kinderen met rekenstoornissen. Verder werden nieuwe remediëringsprogramma’s, methoden en testen besproken zoals Rekenlijn, Cirkelrekenen en de nieuwe Test Meten en Metend rekenen. De limitatieve lijst voor rekentests werd onder de loep genomen en aangepast aan de noden van een correcte diagnostisering dyscalculie, ook met comorbide stoornissen.

Bijzondere aandacht ging naar het herbekijken van het gebruik van attesten dyscalculie in het kader van de toepassing van het M-decreet. De fiche met basisinformatie over dyscalculie werd opnieuw besproken en verder verfijnd. Annemie Desoete kwam ons meer vertellen over subtyperingen bij kinderen en het in kaart brengen ervan via PCM. Daarnaast werd er didactisch materiaal uitgewisseld en informatie verspreid over geschikte vormingen in onze groep. Dit alles werd regelmatig gestoffeerd met een casus uit het werkveld. Onze werkwijze bestond opnieuw uit het wisselend voorzitten en voorbereiden van de vergadering, wat voor de nodige dynamiek en engagement zorgde.

>> Allemaal op een rijtje: Overzicht van rekentests in Vlaanderen
 

Leesstoornissen

Deze werkgroep richt zich op praktische en theoretische aspecten bij de diagnostiek en behandeling van lees- en spellingstoornissen. Op het vlak van diagnostiek werden nieuwe tests voorgesteld, besproken en/of geëvalueerd. Eigen ervaringen werden met elkaar gedeeld. Dit jaar besteedden we ook aandacht aan het ‘Specifiek Diagnostisch Protocol bij lees- en spellingproblemen en vermoeden van dyslexie’ (Prodia). Fase 0 en 1: de brede basiszorg en verhoogde zorg werden kritisch doorgenomen. Volgend werkjaar willen we fase 2 en 3, de uitbreiding van zorg en het individueel aangepast curriculum, kritisch doornemen. Een belangrijk aspect daarbij is de plaats van de CAR in het M-decreet. We probeerden elkaar op de hoogte te houden over interessante websites, info uit studiedagen, gelezen artikels of nieuwsbrieven. Indien nodig maakten we tijd voor moeilijke therapievraagstukken of gevalsbesprekingen.

We trachtten ook de wetenschappelijke inzichten te volgen. Dit werkjaar werden de hoofdstukken 1 t.e.m. 5 uit het ‘Handboek dyslexieonderzoek 2016’ verdeeld onder de leden, samengevat en naar voor gebracht. De hoofdstukken zijn van de hand van verschillende auteurs onder redactie van Wim Van Den Broeck en handelen over diagnostiek, oorzaken, preventie en behandeling van dyslexie. Volgend werkjaar willen we de andere hoofdstukken nog onder de loep nemen.

De leden van de werkgroep vinden het belangrijk om praktijkervaringen op vlak van behandeling met elkaar te delen. Er werden nieuwe materialen en creatieve ideeën voorgesteld en uitgewisseld. Ook materialen voor kleuters in het kader van voorbereidende lees- en spellingvaardigheden kwamen aan bod. Ook de ontwikkelingen in de digitale wereld probeerden we te volgen: evoluties op het vlak van compenserende software, het ontstaan van educatieve spellen online, het gebruik van apps. We ervaren dat de digitale evolutie zeer snel gaat en willen hierop inspelen.

>> Allemaal op een lijntje: Overzicht van Nederlandstalige spellingstests
 

Autisme

Deze werkgroep bestaat uit een groep dynamische mensen, die allen werken met kinderen en jongeren met autisme. We gaan op zoek naar verfijning in de diagnostiek, verschillende (recente) therapieprogramma’s en de manier waarop ze geïmplementeerd kunnen worden, het werken met de context (ouders en leerkrachten), het opvolgen van nieuwe inzichten, enz. De bespreking van casuïstiek is een terugkerend onderwerp. Een uitdaging voor elk CAR blijft de integratie van kwaliteitscriteria rond ASS bij het werken met kinderen met autisme. Enkele thema’s kwamen dit jaar terugkerend aan bod, zoals de ICF-verslaggeving bij kinderen met autisme. Nieuw materiaal rond de hyposensitiviteit kwam aan bod, evenals werkboeken en nieuwe apps. Ook de gevolgde vormingen werden teruggespeeld en besproken. Handig is de Google Drive als verzamelplaats, waarin we informatie ook structureerden. De filmpjes rond oplossingsgerichte middelen bij moeilijkheden bij kinderen met ASS werden op die manier verder aangevuld.

Dit werkjaar stonden we stil bij de bruikbaarheid van ESDM (Early Start Denver Model). Ook de PRT (Pivotal Response Treatment) kwam kort aan bod. Als testmateriaal werden de ervaringen gedeeld rond SRS-2. Eén van de therapievormen in CAR ‘t Veld Aartrijke, namelijk de Soc.Mot. (sociale motoriek)-groepstherapie, werd aan de hand van videomateriaal getoond en besproken. Vanuit de Arteveldehogeschool werd er door studenten een gedragsobservatielijst opgemaakt voor kleuters met een vermoeden van ASS. Er werd hierbij ook rekening gehouden met de gedragskenmerken die in de ADOS bekeken worden. De lijst werd voorgesteld en getoetst aan de praktijk via de intervisiewerkgroep.

Op het einde van het werkjaar zijn we van start gegaan met de behandelprogramma’s, protocollen en therapie-inhouden die gebruikt worden bij de begeleiding van kinderen en jongeren met ASS. Hiervoor splitsen we op in twee groepen: vroegbegeleiding en kleuters enerzijds en lagereschoolkinderen en adolescenten anderzijds.

>> Autisme in woord en beeld - Gids voor hulpverleners: overzicht van publicaties voor ouders en leerkrachten
>> Informatiebundel ASS (gratis download)
>> Stimuleren van spel en verbeelding bij kinderen met autisme (gratis download)
 

Gehoor

Intervisie in de werkgroep Gehoor betekent boeiende gesprekken tussen de leden, waarbij de verrichte werkzaamheden en de daaraan gerelateerde problemen rond mensen met een auditieve beperking, het onderwerp vormen. De doelstelling van het voorbije jaar was de deskundigheid en de kwaliteit van het werk verbeteren voor wat betreft twee grote thema’s: hulpmiddelen en groepstherapie bij kinderen en volwassenen.

We maakten een overzicht van de bestaande hulpmiddelen die zowel door CI-dragers als mensen met een hoorapparaat gebruikt kunnen worden: indicatie, verificatie en evaluatie. De functie, het doel en de ervaringen werden besproken. Daarnaast werden enkele vragenlijsten onder de loep genomen, die kunnen leiden tot een efficiënte keuze voor de leefwereld van iedere persoon met een auditieve beperking. Er werd ook een link gelegd naar het VAPH, dat zorgt voor tegemoetkomingen als de adequaatheid in gebruik aangetoond kan worden. Er werd gediscussieerd rond het al dan niet goedkeuren van het huidige cumulverbod van FM en bluetooth apparaten. Wat betreft groepstherapie brachten alle leden het aanbod vanuit de eigen werksituatie naar voren. Het resultaat was een interessante voorstelling met verschillende bruikbare ideeën, zowel naar organisatie (frequentie, aantal leden, duur, samenstelling) als naar inhoud (sociale vaardigheden, taaluitbreiding, gehooropvoeding, emotionele thema’s).

Daarnaast werd er tijd gemaakt voor uitwisseling van informatie en prangende vragen uit het werkveld. Er werden cases aangebracht over kinderen met hersenstamimplantaten. Er waren vragen rond verzekering van hoorapparaten, rond programma’s en apps die de gesproken taal omzetten in de geschreven taal. De technische evolutie van het cochleair implantaat werd verder op de voet gevolgd. Dit jaar werd de firma Med-El uitgenodigd om ‘the state of the art’ te brengen van haar producten en het therapiemateriaal waarop er, ook in deze wereld, op gefocust wordt.

 

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Dit jaar hebben we het artikel over de rol van een ‘katalysator’ in de revalidatie van hersenletsel zo goed als afgewerkt. Hiermee willen we het belang aantonen van een procesbewaker buiten de zorg- en hulpverleningsequipe van de hersenletselpatiënt. Het nut is namelijk dat die persoon alle zorg- en hulpverlening op elkaar kan afstemmen en alle fasen naadloos op elkaar kan laten volgen. Dit is idealiter een persoon van buiten de betrokken diensten, die het mandaat krijgt om beslissingen te nemen en die kan onderhandelen. De werkgroep zocht hoe dit in de praktijk  geïmplementeerd kan worden in de ambulante revalidatie. Hiervoor willen we vorming uitwerken voor personen uit andere CAR en diensten die met NAH werken. We werkten allerhande cases uit en formuleerden in de intervisiegroep adviezen. Naast dit thema was er in de werkgroep een voorstel om ons te buigen over de hulpverlening voor de mantelzorger. We willen inventariseren wat nodig is aan info en ondersteuning om daarna een hulpverleningstraject uit te tekenen voor mensen die plots de rol van mantelzorger moeten of willen opnemen.

>> Website NAH ambulant 
 

Meertalige kinderen in de ambulante revalidatie

De werkgroep meertaligheid gaf het voorbije jaar vooral aandacht aan de therapiefase, maar dan wel in ruime zin. Dit betekent dat we enerzijds materiaal bekeken zoals bruikbare apps, taalpakketten en Rekendorp. Anderzijds ging er heel wat aandacht naar ouders. Hierbij zijn er verschillende thema’s: hoe het taalaanbod van ouders versterken, ouders betrekken bij therapie en/of hen informeren over het meertalig opvoeden van hun kind. In functie van die laatste thema’s bekeken we projecten en info rond bijvoorbeeld meertalig voorlezen. Diagnostiek kwam vooral aan bod via concrete vragen wanneer het moeilijk blijft om dysfasie van een normaal of vertraagd meertalig leerproces te onderscheiden. Cases en literatuur blijven een vast onderdeel.

>> Webpagina Meertalige kinderen (publicaties, tips, literatuur, enz.) 
>> Tales at Home (vragenlijst professionals)
 

Ontwikkelingsstoornissen 0-3 jaar

Naast het uitwisselen van ervaringen en informatie op het vlak van vroegdiagnostiek en behandeling, kwamen een tweetal gevolgde studiedagen uitgebreid aan bod: ‘So you think you can play?’ en ‘DC 0-5’. De kwaliteitscriteria voor ASS werden een voor een afgetoetst op bruikbaarheid en volledigheid voor de doelgroep jonge kinderen. Verder stelden we een nota op  met een aantal bedenkingen vanuit de werkgroep. Ook ervaringen rond de Bailey III-NL werden uitgewisseld. Vragen rond afname, scoring en interpretatie passeerden de revue. We probeerden ook onze partners in kaart te brengen. Hoe ziet het netwerk rond jonge kinderen eruit? Wat zijn knelpunten in de samenwerking? Welke goedlopende praktijkvoorbeelden kennen we? We wisselden ervaringen uit rond hoe ouders meer en beter betrokken kunnen worden tijdens onderzoek en behandeling. Tot slot was er ook aandacht voor wetenschappelijke, maatschappelijke of sectorspecifieke trends. 
 

Psychomotoriek: bewegen in de grote ruimte

De werkgroep kwam dit jaar vijf keer samen. Anders dan andere jaren lag de focus vooral op thematische artikels. We gingen in op thema’s als ‘ADHD en impulscontrole’ en ‘DCD en zwemmen’. Deze werden geanalyseerd en al dan niet toegepast in de praktijk. Daarnaast bespraken we zoals ieder jaar de studiedagen, workshops en congressen die relevant waren voor onze werkgroep. Er was altijd ook tijd voor de meest prangende vragen van collega’s. Op die manier werd er veel informatie uitgewisseld wat betreft DCD, ADHD en autisme, en hun invloed op de grove motoriek in de grote ruimte.
 

ADHD

Op het moment dat ouders voor hun kind de diagnose ADHD te horen krijgen, is het niet makkelijk om alle informatie op te nemen en te vatten. Aangewezen hierbij is een bondige tekst over de problematiek en een aantal aanzetten om bijkomende informatie op te zoeken. De intervisiewerkgroep ADHD maakte daarom een folder die aan ouders meegegeven kan worden. Een aantal CAR polst enige tijd later bij de ouders hoe de melding van de diagnose is overgekomen en of ze nog vragen hebben. Training van ouders in cursusvorm is een handige manier om hen te helpen de aanpak van hun kind te verbeteren. We wisselden ervaringen op dit vlak uit. Je kan bijvoorbeeld een grote drop-out voorkomen door vooraf duidelijk te stellen dat de ouders op alle sessies verwacht worden. Het is soms niet zo makkelijk om ouders te overtuigen dat een cursus zinvol is. Een deel van de oudercursus (bv. psycho-educatie) kan ook opengesteld worden voor leerkrachten (op uitnodiging van de ouders). Een positieve relatie tussen ouder en kind is een essentiële krachtbron voor gedragshantering. Wijs ouders erop dat ze ook daaraan moeten werken. Een gezamenlijk speelmoment kan bijvoorbeeld wonderen doen.

In het kader van de hertekening van de geestelijke gezondheidszorg werd per provincie een ADHD-expert aangeworven (project ‘Consult en liaison’) die de plaatselijke netwerken in kaart moet brengen en stimuleren. Deze expertengroep werkt ook aan de formulering van Belgische richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van ADHD. De werkgroep volgt de evoluties hieromtrent nauwlettend op. We legden alvast de werkwijze voor de diagnostiek van de verschillende CAR naast elkaar en zochten aanknopingspunten om onze eigen praktijk te verbeteren.

Een vast item op onze agenda is de Nieuwsflits, waarin we recente wetenschappelijke informatie overlopen. Soms spreken we af dat iemand een onderzoek grondiger zal bekijken.

Na een vorming via de Federatie van Centra voor Ambulante Revalidatie werd in twee centra de computergame ‘Braingame Brian’ uitgeprobeerd. Evaluatie leerde dat het aspect volhouden (25 sessies) niet vanzelfsprekend was. Vaak was er een (tijdelijke) dip in de motivatie. Twee werkgroepleden volgen dit verder op bij een aantal jongeren (met pre- en posttest). De serious game bij een cliënt gebruiken kost 100 euro (toegang voor vier maanden). Dat lijkt ons vrij duur. Het is niet evident om dit aan cliënten te vragen. In de beperkte proefgroep werden ook geen afdoende positieve effecten vastgesteld.

Regelmatig komen er vragen van werkgroepleden rond medicatie. Uiteraard is dit in eerste plaats een zaak voor de artsen en kunnen medewerkers ook bij hen terecht voor informatie. Toch is het belangrijk om achtergrondinformatie te hebben over de (bij)werking(en). Hierdoor kunnen we signalen van ongewoon gedrag opvangen tijdens contacten met ouders, school en collega’s. Dat moet dan de aanzet zijn om de arts in te lichten.
 

Sociaal werk

Deze werkgroep bestaat uit maatschappelijk werkers uit de CAR. Als jaarthema kozen we voor ‘Integrale Jeugdhulp’ en alle vernieuwingen en wijzigingen die dit met zich meebrengt. We gingen te werk aan de hand van casusbesprekingen, doorgeven van informatie vanuit de eigen dienst, studiedagen, eigen ervaringen, literatuur, enz. Deze werkwijze  werd zeer positief ervaren. Als maatschappelijk werker ben je vaak ‘uniek’ in je centrum. Dat zorgt ervoor dat overleg en informatie-uitwisseling met collega’s uit andere CAR een grote meerwaarde biedt. Als maatschappelijk werker ben je ook vaak het aanspreekpunt voor je collega’s over nieuwigheden in het zorglandschap en sociale administratie. ‘Mee zijn’ met de heersende evoluties is dus een must!
 

Preventieadviseurs

De werkgroep Preventie is een overlegplatform voor preventieadviseurs (en medewerkers die nauw betrokken zijn bij het preventiebeleid) tewerkgesteld in de CAR. Er wordt voornamelijk (nieuwe) wetgeving m.b.t. welzijn op het werk besproken en vertaald naar de CAR. Daarnaast ervaren de meeste leden het uitwisselen van informatie en praktijkervaringen als zeer zinvol (want tijdbesparend). Documentatie wordt digitaal verzameld via Dropbox. Eén thema selecteren om dan samen heel concreet uit te werken, is moeilijk realiseerbaar aangezien niet ieder centrum nood heeft aan dezelfde output (verschillen qua gebouw, infrastructuur, organigram, visie en missie).

Het afgelopen werkjaar kwamen de volgende thema’s aan bod: opleiding van de preventieadviseur, moederschapsbescherming, vervoer van revalidanten, re-integratiebeleid, brandpreventie (interventiedossier, brandbestrijdingsdienst, evacuatie, noodprocedures met actiekaarten), risicoanalyse psychosociaal welzijn, maatregelen om werklast en werkdruk te verlagen, en bekwaamheidsattesten voor werken aan elektrische installaties. We verwelkomen nieuwe leden van harte in onze werkgroep, een attest basisvorming preventie is geen vereiste meer.
 

Gehoor en verstandelijke beperking

De folder over gehoor en verstandelijke beperking voor hulpverleners, ouders en andere leden uit het netwerk van personen met een verstandelijke beperking werd vorig werkjaar afgewerkt. Via deze folder hopen we de problematiek en de website ‘Rita hoort niet goed’ opnieuw onder de aandacht te brengen. De folder beschrijft summier dat gehoorverlies bij mensen met een verstandelijke beperking vaker voorkomt en in veel gevallen een grotere impact heeft op het functioneren. Nochtans zijn er op het vlak van gehooronderzoek en opvolging bij detectie van gehoorverlies bij deze doelgroep heel wat mogelijkheden. De aangebrachte informatie wordt geïllustreerd met twee korte casussen. Met de steun van Sig, Arteveldehogeschool, Hoorexpert en Nevelland kon deze folder in grote oplage gedrukt en verspreid worden. De gratis folders kunnen nog altijd opgevraagd worden bij Sig.

Naar aanleiding van de voorstelling van een project gekoppeld aan Healthy Hearing Special Olympics bekeken we verschillende opportuniteiten. Heel wat niet te realiseren noden en doelen van de werkgroep bleken actiepunten van het project te zijn. Inmiddels maakt Anke Bruggeman, Healthy Hearing Assistant, deel uit van de werkgroep en probeert ze belangrijke elementen uit de intervisie mee te nemen bij de uitwerking van het project.

Verder lag de focus van de intervisie dit werkjaar vooral op het op een goede manier inventariseren van testresultaten en op eigen ontwikkeld materiaal om het gebruik (met inbegrip van onderhoud) van hoortoestellen en andere hulpmiddelen te optimaliseren. Deze intervisie heeft geleid tot het inzicht dat er nood is aan universeel materiaal om een goed gebruik en onderhoud van hoortoestellen en hulpmiddelen te faciliteren. Daarbij moet de mogelijkheid bestaan om te individualiseren op maat van de cliënt en de leefcontext van de cliënt. Er is ook nood aan een tool om testresultaten te inventariseren volgens een welbepaald protocol.

>> Projectwebsite 'Rita hoort niet goed' (online publicatie, sensibiliserend filmpje, enz.)
 

ICF

Vorig werkjaar ging voor het eerst een intervisiegroep van start rond ICF. Echte intervisie vraagt een intervisiemethodiek. We hebben gekozen voor de incidentmethode. De incidentmethode is een werkvorm waarbij een groep zich intensief verdiept in een bepaalde situatie door het bespreken en analyseren van een situatie van één van de groepsleden. De methode is eenvoudig van opzet, heeft een vaste structuur en sluit makkelijk aan bij een groepsproces. Ze kan in een beperkte tijd plaatsvinden en biedt voldoende openheid en veiligheid om de vraag en/of het probleem te kunnen inbrengen. De gespreksleider bewaakt de structuur van het intervisiegesprek.

De agenda van de ICF-intervisievergaderingen werd door de leden bij de start opgesteld. Elk lid bracht problemen aan waar hij/zij tegenaan liep bij de implementatie van de biopsychosociale visie in het centrum. We hanteerden de klinische cyclus om de problemen te ordenen en vervolgens te bespreken.

De volgende topics kwamen aan bod: Hoe organiseer je een teamvergadering gebaseerd op de biopsychosociale visie? Hoe voorkom je dat de teamleden aan het schema blijven hangen en toch niet biopsychosociaal denken? Hoe kan je de onderzoeksprocedure afstemmen op de individuele hulpvraag van elke cliënt zonder hierdoor organisatorische problemen te creëren? Hoe kan je de participatiecomponent in de onderzoeksfase ‘invullen’? Is dit een taak voor de psychologen of voor iedereen? Is het zinvol om biopsychosociale doelen te formuleren na onderzoek als er een wachtlijst is van een jaar (en langer)? De doelstellingen zijn mogelijk bij de start van de behandeling al gewijzigd en hertesting is vaak noodzakelijk.

Therapeuten merken op dat de hulpvragen en aanmeldingen door de invoering van het M-decreet evolueren: ouders willen soms inclusief onderwijs, therapeuten raken gefrustreerd omdat het therapie-aanbod onvoldoende is. Hoever ga je als team mee in de hulpvraag van de ouders om hun kind in het gewoon onderwijs te laten participeren? Wat als therapeuten vinden dat revalidatie niet de juiste setting is? Wat als revalidatie de kwaliteit van leven niet kan verbeteren?

Uit de evaluatie van het eerste werkjaar blijkt dat de deelnemers zich door de werkgroep gesteund voelen in hun voortrekkersrol bij het implementeren van het biopsychosociaal redeneren in de klinische praktijk van een CAR. Er is dus voldoende motivatie en enthousiasme (maar ook inspiratie) om de werkgroep volgend werkjaar verder te zetten.

 

Sig vzw - Pachthofstraat 1 - 9308 Gijzegem
tel. 053 38 28 18 - fax 053 38 28 19 -