Werkgroepen
Intervisie als vorm van permanente vorming
Intervisiewerkgroepen
Sig heeft onder meer als doelstelling hulpverleners een aantal mogelijkheden te bieden tot permanente studie en vorming. Behalve studiedagen en workshops kunnen in dat kader ook intervisiewerkgroepen worden opgestart. Deze worden in principe georganiseerd voor personeel van de Centra voor Ambulante Revalidatie.
De organisatie van de werkgroepen verloopt per werkjaar. Momenteel zijn er vijftien actief. Enkele daarvan hebben een eigen webpagina of te downloaden publicatie. Klik hiervoor links in het groene submenu.
De algemene coördinatie van de werkgroepen is in handen van Viviane Vermeiren. Per werkgroep is er een inhoudelijke coördinator (hieronder tussen haakjes vermeld). De werkgroepen komen om de zes weken samen. Er wordt per werkjaar een programma opgesteld. Daarnaast is er tijd voor het uitwisselen van informatie over recente studiedagen, publicaties, nieuwe tests of behandelingsmethodieken en gevalsbesprekingen.
Als u op de werkgroep klikt, verschijnt het verslag van de werking van het vorige werkjaar.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Werkgroep Gehoor
(Claire Tollenaere, CAR Sint-Lievenspoort Gent & Ann Neirinck, CAR Overleie Kortrijk)
-
-
-
-
-
-
Taaltherapie bij kinderen
Dit werkjaar hebben we het over een andere boeg gegooid. Iedere deelnemer engageerde zich om het onderzoek en de behandeling van een cliënt met een vertraagde of gestoorde taalontwikkeling zo concreet mogelijk aan de groep voor te stellen als casus. Heel boeiend was het dat iedereen dit op zijn manier bracht, soms visueel ondersteund met powerpointpresentatie of verslag, soms geïllustreerd met dvd. Het was heel leerrijk om zo ervaringen uit te wisselen en elkaar raad te vragen. Op verzoek bestudeerden we de huidige Limitatieve Lijst voor Spraak- en Taaltests en Auditieve Perceptie van het Riziv. We deden voorstellen tot wijzigingen en belangrijke aanvullingen van tests. Daardoor kwam, anders dan andere jaren, geen specifiek thema aan bod en was er tijd te kort voor de bespreking van variapunten, studiedagen en therapieprogramma’s. De groep kiest ervoor om volgend jaar vakjargon en differentiaaldiagnose uit te diepen m.b.t. spraak en taal bij kleuters en lagereschoolkinderen (ontwikkelingsdysfasie, SLI, spraak- en taalvertraging of -stoornis, enz.). We willen de theorie in dit verband samen omzetten naar de praktijk, door ervaringen uit te wisselen en casussen te bespreken. (Begga Van de Walle en Ingrid Herreman)
Hanen
Vorig werkjaar kwam we acht keer bijeen. Een deel van de vergaderingen verliepen in subgroepjes om verder te werken aan de inhoudelijke en praktische bewerking van More Than Words, de Hanencursus voor ouders van kinderen met ASS. Gekoppeld aan dit werk waren er telkens intervisiemomenten rond thema’s uit de cursus en het handboek. Zo stelden we onder andere lijsten samen van bruikbare boekjes en liedjes en zochten we contact met Nederland om nog meer inspiratie op te doen en nieuw materiaal te vinden. Aangezien de leden van de werkgroep uit heel verschillende takken van de zorgverlening komen, zijn de bijeenkomsten een rijke bron van intervisie over het werken met ouders van kinderen met communicatieve problemen van diverse aard. Het doorgeven van opgedane kennis uit gevolgde studiedagen of workshops kwam eveneens aan bod. We zijn ook gestart met intervisie m.b.t. de vernieuwde Hanen Oudercursus, die ondertussen al één keer plaatsvond in Sig. We willen onze werkgroep graag uitbreiden met logopedisten die deze opleiding hebben gevolgd en/of aan het werk zijn met de Hanen Oudercursus. We werken ook verder aan de webpagina's van het Hanen-web. (Marleen Van Renterghem)
Rekenstoornissen
We werkten dit jaar aan twee belangrijke items waarbij een aantal programmapunten werden gebundeld. Ten eerste rondden we het opstellen van een gemotiveerd (diagnose)verslag of - attest af. Hierin gaven we de sticordi-maatregelen een plaats en hadden we het uitgebreid over de basisleerstof wiskunde. Dat laatste nam veel meer tijd in beslag dan we aanvankelijk hadden gepland. Er werd ook een scriptie aan gekoppeld, die we van nabij opvolgden. Een tweede item moest gaan over programma’s voor specifieke doelgroepen en specifieke rekenstoornissen, maar hierop konden we niet uitgebreid ingaan. We nemen dit mee naar het volgend werkjaar. Daarnaast kwam een studente haar eindwerk voorstellen i.v.m. creatief omgaan met breuken. Ten slotte bleef er ook ruimte voor varia, materiaal, casussen, studiedagen, enz. We houden ook de brochure over rekentests (Allemaal op een rijtje) up to date. (Karin Verraest)
Leesstoornissen
Dit werkjaar werd beslist om alle vergadering plenair te laten doorgaan. Er bleek behoefte aan het doorgeven van praktische kennis. Enkele leden van de werkgroep engageerden zich om een onderdeel uit hun dagelijkse praktijk naar voor te brengen. Zo bracht Christel Van Vreckem een theoretisch model voor begrijpend lezen naar voor en hoe dit kan worden omgezet in therapeutisch handelen. Ze illustreerde hoe dit werd toegepast bij de ontwikkeling van een nieuwe test, de Vlaamse Tests voor Begrijpend Lezen 1 tot 6, die wellicht eind 2009 door de Arteveldehogeschool wordt uitgegeven. An Vanhonsebrouck bracht naar voor hoe zij Mind Mapping toepast bij de kinderen uit haar praktijk. Ze deed dit aan de hand van een gebruiksvriendelijk softwarepakket. Françoise Cours schetste de werking van de spellinggroepjes in het centrum. Ze kon hierbij putten uit jarenlange ervaring. De uiteenzettingen werden unaniem positief beoordeeld en brachten telkens veel interactie en stof tot nadenken. Varia die aan bod kwamen, waren de discussies rond de nieuwe AVI-toetsen en het opstellen van een eigen Vlaamse Spellingtest. Dit laatste vond weerklank bij verschillende leden van de werkgroep en leidde tot het oprichten van een werkgroep ad hoc. Kortom, een actief en boeiend werkjaar met een zeer hoge tevredenheidsgraad. Ondertussen is ook de publicatie Allemaal op een lijntje uitgekomen, een inventaris van Nederlandstalige spellingstests. (Véronique Gheysen)
Autisme
Het afgelopen werkjaar was voor de meeste leden zowel inhoudelijk en qua werkvormen gevarieerd, goed aansluitend bij het werkveld en interessant. Deelnemers meldden ook dat we een duidelijke agenda hebben, en een overzichtelijke en goede verslaggeving. We hielden onze vaste informatie- en vragenrond, waarin we veel van elkaar opstaken: praktische tips, oplossingen voor problemen, boeiende informatie, enz. Verder lazen we literatuur (boeken en artikels) voor de map Autisme in woord en beeld. We maken tegen eind 2009 werk van een volgende aanvulling bij het pakket. Daarnaast werkten we verder aan het thema gedragsproblemen als gevolg van sensorische integratiemoeilijkheden. We zochten naar observatieschalen, meetinstrumenten, enz. om sensorische problemen in kaart te brengen. Zo bekeken we de lijsten van Bogdashina, het Sensory Profile (Harcourt), de vragenlijst van Viataal, enz. Aan de hand van casussen onderzochten we verschillende problemen en zochten we naar mogelijke oplossingen. Deze bundelen we via enkele clusters die we samen opstelden. Zoals elk jaar bespraken we ook studiedagen en workshops (eetproblemen, executieve functies, enz.). Eén van de deelnemers van de werkgroep, Daniël Schelstraete, maakte enkele jaren geleden in het kader van een project een Informatiebundel Autismespectrumstoornissen voor ouders. De groep dacht mee en gaf suggesties voor aanpassingen en verbeteringen. De brochure staat ondertussen in PDF-formaat op de Sig-website en is er gratis te downlaoden. (Katrien Impens)
Sociale competentie en ouderbegeleiding
Het afgelopen jaar werkten we verder aan het overzicht van trainingsprogramma’s voor sociale vaardigheden. We rangschikten ze volgens specifieke deelvaardigheden en doelgroepen. We lazen een aantal artikels met als thema sociale vaardigheden bij jongeren/jonge kinderen met ASS, het programma Pak van mijn hart, sociaal gedrag bij kinderen/jongeren met ASS en een verstandelijke beperking en expressie van emoties bij normaalbegaafde kinderen met ASS. Daarnaast bespraken we enkele thesissen over het verband tussen de rekenontwikkeling en de psychosociale ontwikkeling/sociaal-emotionele competentie. Tot slot kwamen twee boeken aan bod: Pubergids autisme en Mafkezen en het Aspergersyndroom. Verder wisselden we informatie uit over boeken, artikels, therapiemateriaal en studiedagen. (Veerle Vandenhende)
Neuropsychologie
We werkten verder aan het inventariseren van het diagnostisch materiaal betreffende de neuropsychologische functiegebieden aandacht, geheugen en executieve functies. Deze werden getoetst aan het gebruik in de praktijk van de revalidatiecentra en aangevuld met criteria zoals meetprestatie, leeftijdsbereik, normering, enz. Momenteel zijn we in een eindstadium beland. Vanaf volgend werkjaar worden de lijsten beschikbaar worden gesteld. Inhoudelijk werkten we vooral rond executieve functies. De theoretische situering bespraken we o.a. vanuit de nota’s van de Sig-studiedag die professor Evert Thiery gaf. We bespraken de relatie met diagnostische beelden en stonden stil bij het ontwikkelingsverloop en de therapeutische interventies, o.a. strategietraining via de STEB (Thiery & Anthonis). Verder hadden we het over de gedragsvragenlijsten voor executieve functies (o.a. BRIEF) en de diagnostische tests voor executieve functies (o.a. BADS-C-NL en TMT). Dit alles werd afgetoetst aan de hand van een casus uit de CAR. We bekeken het belang van de frontale functies ook ruimer, o.a. de drie frontosubcorticale circuits. Aan bod kwamen ook de motorische lus, de executieve lus, de emotionele lus en de motivationele lus (links tussen cortex en diepere structuren). Tot slot evalueerden we het gebruik van de TEA-ch en de Differentieller Leistungtest in de praktijk en wisselden we informatie uit over studiedagen, boeken, artikels en andere belangrijke informatie. (Jean-Pierre De Maître)
Stotteren
Ondanks de kleine groep werd er ook dit jaar weer heel wat werk verzet. We namen onder andere literatuur door. Het boek Stotteren, van theorie naar therapie van Mies Bezemer e.a. werd afgewerkt. We haalden er interessante informatie uit wat betreft therapie. Ook het werkboek Denk goed, voel je goed van Paul Stallard werd door een aantal mensen in therapie gebruikt en besproken in de werkgroep. We onthouden dat het een aanrader is om te gebruiken bij cognitieve herstructurering. Er werd ook informatie gegeven over type 3-stotteren. De leden van de werkgroep volgden heel wat studiedagen en workshops, die nadien altijd kritisch worden besproken in de groep. Zo kwamen we tot de bevinding dat de workshop van Montgomery heel interessant is. Je krijgt een totaalbeeld over hoe je iemand met stotteren kan behandelen. De samenwerking met het Stotterforum werd ook dit jaar verdergezet. Er werden een aantal voorstellen besproken die volgend jaar concreter zullen worden uitgewerkt. We bekeken ook een aantal video’s over stotteren die sommigen gebruiken in de praktijk. We kwamen tot de vaststelling dat we momenteel heel weinig bruikbaar materiaal hebben. Dit zal verder opgevolgd worden, zodat we eigen therapiemateriaal kunnen aanvullen. Daarnaast was er altijd gelegenheid tot het bespreken van een casus. Dat kwam dit jaar wat minder aan bod, maar wordt zeker opgenomen voor volgend jaar. (Inge Vander Beken)
Gehoor
In het voorbije werkjaar werd opnieuw heel wat aandacht besteed aan informatie-uitwisseling rond casuïstiek. We hadden het o.a. over gehoorproblemen in combinatie met een verstandelijke handicap, gehoorproblemen bij allochtone kinderen en kinderen met bilaterale CI. Bij dit laatste onderwerp kwam Fanny Scherf haar doctoraatswerk over bilaterale CI voorstellen, getiteld: Audiologische resultaten en de impact op levenskwaliteit bij kinderen met sequentiële bilaterale implantatie. Ze besprak de onderzoeksresultaten en gaf concrete informatie over terugbetaling. Daarnaast werden studiedagen, literatuur, nieuw onderzoeks- en therapiematerieel (o.a. Speechtrax, COT-test en CORA) besproken. We bekeken ook of we een Nederlandse dvd over liplezen konden aanpassen naar een Vlaamse versie. Dit wordt verder opgevolgd. Naar jaarlijkse gewoonte nam de werkgroep ook deel aan de Fabrikantendag, een organisatie van de afdeling Audiologie van de Arteveldehogeschool i.s.m. Sig. De firma’s informeerden ons over de recente ontwikkelingen op het vlak van hoorapparaten en hulpmiddelen. Een zeer vlotte samenwerking tussen alle werkgroepleden resulteerde in boeiende vergaderingen met heel wat bruikbare gegevens voor therapie. (Ann Neirynck en Claire Tollenaere)
Niet-aangeboren hersenletsel (kinderen)
2008-2009 is het ontstaansjaar geworden van de werkgroep NAH bij kinderen. Deze werkgroep ontstond uit de algemene werkgroep NAH. Vandaag telt de werkgroep zes leden. In initieel overleg werd vooral getracht de werkgroep vorm te geven: enerzijds de doelgroepomschrijving en anderzijds het profiel van de werkgroep. De werving van nieuwe leden bleek niet zo eenvoudig: de doelgroep is klein en de expertise is voorlopig nog erg geconcentreerd (enkele gespecialiseerde revalidatiecentra). Ondanks de nood aan en vraag naar langdurige ondersteuning van kinderen/jongeren met NAH wordt de weg naar de ambulante revalidatie nog te weinig gevonden. Daarom heeft de intervisiewerkgroep beslist om verder te werken aan een degelijk instrument om bekendheid te geven aan de specifieke klemtonen van de ambulante revalidatie voor kinderen met een hersenletsel. Zo is er een brochure in de maak. De werkgroep NAH bij kinderen wil zowel theoretische als praktische ondersteuning bieden in de verdere uitbouw van die expertise en deze ook bekendmaken. Het vertrekpunt is een globale kindvisie, zoals weergegeven in de ICF, het recente classificatiesysteem van de Wereldgezondheidszorg. Vanuit die optiek kwamen dit jaar aan bod: multidisciplinaire diagnostiek (bespreking van relevante signaleringslijsten, tests, alternatieven voor onderzoek, …) en vorming (evaluatie van studiedagen). (Vincent Bekaert)
Niet-aangeboren hersenletsel (volwassenen)
De werkgroep besteedde dit jaar veel aandacht en denkwerk aan het advies inzake de toevoegingsclausule aan de conventie voor hersenletselpatiënten. Het college wil namelijk iets meer doen voor deze patiënten in de ambulante revalidatie. Voorlopig wordt echter een beperkte groep hersenletselpatiënten bedoeld. De werkgroep blijft pleiten om deze groep te omschrijven vanuit de revalidatienood, liever dan vanuit een causaliteit, geïnspireerd door het ICF. We willen hier volgend jaar verder over reflecteren en adviezen formuleren. De werkgroep heeft verder mee geduwd aan de opstart van nieuwe initiatieven ter ondersteuning van mantelzorgers van hersenletselpatiënten. Er zijn nog altijd te weinig initiatieven voor patiënten met een hersenletsel en hun mantelzorger. De werkgroep beraadde zich ook over het belang en de implementatie van casemanagement voor patiënten met een hersenletsel en een complexe problematiek. Casemanagement is namelijk belangrijk ter coördinatie van alle hulpverlening aan deze patiënten. Het kan een naadloze opeenvolging realiseren en zorgt ervoor dat de juiste hulp op het juiste moment komt. Dit past perfect in het holistische denkkader van de revalidatie. Revalidatieprogramma’s zijn echter eindig, terwijl de opvolging van de hulpverlening best wel verder loopt. De werkgroep gaat hierop door. (Jan Van Weyenbergh)
Meertalige kinderen in de ambulante revalidatie
De voorbije jaren was één van de belangrijke thema’s het in kaart brengen van het verhaal en de observaties van ouders, onder meer door de ontwikkeling van de vragenlijst Anamnese Meertalige Kinderen (AMK). Ondertussen werd de vragenlijst ook vertaald in het Frans, het Spaans, het Italiaans, het Turks en het Engels (alle versie zijn beschikbaar op deze pagina). Daaropvolgend werd er gefocust op het coachen van de ouders. Het is de bedoeling, ook voor mensen buiten de werkgroep, fiches te ontwikkelen om met de ouders gesprekken te voeren over bepaalde aspecten van hun meertalige opvoeding. Over de volgende gespreksonderwerpen werden ondersteunende vragen opgesteld en mogelijke tips geformuleerd: Hoe geef ik elke taal voldoende aandacht? Ervaar ik verschillen tussen de cultuur thuis en op school die het taalleren bemoeilijken? Wat is de zin van samen spelen? Verder maakten we kennis met twee nieuwe toetsen voor het meten van schoolse taalvaardigheid (SALTO en MILOS). Er werd ook gesproken over de mogelijke discrepantie tussen testresultaten op toetsen die schoolse taalvaardigheid meten (zoals de Kobi-TV en, TAL) en instrumenten die de gehele taalontwikkeling eerder diagnostisch in kaart willen brengen (zoals de Reynell). De AMK zelf werd niet uit het oog verloren. Er werd een discussie gevoerd en suggesties gezocht voor het combineren van algemene anamneselijsten en de AMK. We gingen ook op zoek naar een werkwijze om in samenwerking met de Adviesraad Wetenschappelijk Onderzoek van Sig een zicht te krijgen op het huidige gebruik van de AMK. (Hilde De Smet)
Grafo- en schrijfmotoriek
De brochure Schrijfmotorische problemen in de klas (incl. oefenbladen), opgesteld door de werkgroep Schrijfmotoriek, is gratis te downloaden op de Sig-website.
De werkgroep kwam het voorbije jaar vier keer samen. In een eerste vergadering werd de nieuwe BOT-2 voorgesteld. Hierbij werden enkele bedenkingen geformuleerd. Daarna werd gebrainstormd over het begrip dysgrafie en hoe we dit verder konden uitdiepen. Elke deelnemer kreeg een boek of werk mee naar huis om dit te lezen en op zoek te gaan naar info over dysgrafie of schrijfstoornissen. We kwamen tot het besluit dat er weinig te vinden is. In enkele werken troffen we een definitie aan. We zouden graag een brochure maken, waarbij we definitie, diagnostiek, aanpak en aanpassingen in de klas willen bespreken. In een volgende bijeenkomst stond de SOS-r (Systematische Opsporing Schrijfproblemen) op het programma. We hebben de test overlopen en gezamenlijk afgenomen. In de laatste bijeenkomst werd de groep opgedeeld in drie: één groep werkte rond de definitie van dysgrafie, één rond het opstellen van een observatieschema en een groep rond diagnostiek. Volgend jaar doen we op die manier verder. (Nathalie Vanassche en Griet Dewitte)
Ontwikkelingsstoornissen 0-3 jaar
De eerste twee vergaderingen van deze nieuwe werkgroep besteedden we grotendeels aan kennismaking en het uitwisselen van informatie over de werking in de verschillende centra met deze jonge populatie. De ervaringen zijn vrij uiteenlopend. Sommige centra staan eerder in de kinderschoenen, andere kunnen terugblikken op een jarenlange ervaring. Wat betreft de kindbehandeling zijn er heel wat overeenkomsten: o.a. de groepswerking, het individuele aanbod en de theoretische achtergronden (Sherborne, Hanen, SMOG, enz.). De ouderwerking is behoorlijk verschillend. Het aanwezig zijn van ouders bij (individuele) therapieën is in sommige centra evident, in andere eerder uitzonderlijk. Als kinderen in een groepswerking opgenomen zijn, kunnen de ouders niet de hele tijd aanwezig zijn. Maar ook daar zijn ze een ommisbare schakel in het proces. Het is dan ook belangrijk om de ouderwerking zo goed mogelijk uit te bouwen en te ondersteunen. Dit komt het volgende werkjaar nog uitgebreid aan bod. Wat betreft diagnostiek hebben we eerst de verschillende ontwikkelingsdomeinen in kaart gebracht. De testing verloopt vrij gelijklopend in de verschillende centra, maar de manier waarop dit wordt georganiseerd is heel uiteenlopend. Ook de aanwezigheid van ouders bij de testing wordt heel ingevuld, terwijl dit volgens ons bij jonge kinderen een noodzakelijke voorwaarde is om goed onderzoek te kunnen doen. De interactie tussen ouders en kind is een fundamenteel onderdeel van het onderzoek. Daarnaast kwamen we ook tot de conclusie dat observatie in de thuissituatie, het kinderdagverblijf of bij de onthaalmoeder essentiële informatie oplevert over het functioneren van een kind in een voor hem vertrouwde omgeving. Maar ook dit wordt zeker nog niet in elk onderzoek geïntegreerd. Het uitwisselen van informatie hierover werd door iedereen als zinvol ervaren. Er kunnen op basis hiervan in de toekomst zeker bijsturingen gebeuren. (Marijke Lemaitre)
Visuele perceptie
Doel van deze intervisiewerkgroep is de kwaliteit van diagnose en behandeling van kinderen met visuele problemen in de Centra voor Ambulante Revalidatie optimaliseren. Deze werkgroep ging onlangs van start.
Werkgroepen ad hoc
Naast de intervisiewerkgroepen zijn er in Sig ook werkgroepen ad hoc werkzaam. Zoals de naam aangeeft, gaat het om werkgroepen met een specifiek einddoel voor ogen. Momenteel zijn er twee werkzaam:
Verstandelijke handicap en gehoor
Het sensibiliseren van de voorzieningen voor volwassenen met een matig, ernstige of diep mentale handicap om aandacht te schenken aan de auditieve problematiek bij sommige bewoners. Het gaat ondermeer over het belang van auditieve screening, hoortoestelaanpassing, gehoorrevalidatie, preventie van lawaai in de leefgroep en andere ruimtes. Op basis van een scriptie die opgemaakt is in de Arteveldehogeschool worden de nodige ondersteunende middelen ontwikkeld om de bovenstaande doelstelling te bereiken zoals een sensibilisatieposter, een checklist voor opvoeders en een informatiebundel. Later kunnen er eventueel vormingssessies uit voortvloeien.